Dutch

Detailed Translations for sterkte from Dutch to German

sterkte:

sterkte [de ~ (v)] nomen

  1. de sterkte (kracht)
    die Stärke; die Kraft
  2. de sterkte (fiksheid; dynamiek; kracht; energie; felheid)
    die Geschwindigkeit; Vermögen; die Dynamik; die Kraft; die Schnellheit
  3. de sterkte (versterkte legerplaats; citadel; kasteel; fort)
    Fort; die Zitadelle
  4. de sterkte (versterkte plaats; fort)
    die starke Seite; die stärkste Seite; die Seite mit Verstärkung

Translation Matrix for sterkte:

NounRelated TranslationsOther Translations
Dynamik dynamiek; energie; felheid; fiksheid; kracht; sterkte bewegingsleer; dynamica; functionaliteit; gelegenheden; kansen; mogelijkheid; mogelijkheid tot verwezenlijking; potentie; werkzaamheid
Fort citadel; fort; kasteel; sterkte; versterkte legerplaats bastion; bolwerk; citadel; fietsslot; fort; kasteel; ridderkasteel; ridderslot; slot
Geschwindigkeit dynamiek; energie; felheid; fiksheid; kracht; sterkte gang; gezwindheid; in volle vaart; kwiekheid; rapheid; rapiditeit; rijsnelheid; schielijkheid; snelheid; spoed; tempo; vaart; vlotheid; vlugheid
Kraft dynamiek; energie; felheid; fiksheid; kracht; sterkte aandrift; daadkracht; daadkrachtigheid; dynamiek; energie; esprit; fut; gelegenheden; gespierdheid; kansen; kracht; macht; mogelijkheid; mogelijkheid tot verwezenlijking; momentum; potentie; puf; sterke kant; sterke zijde; stuwkracht; vermogen; voortstuwing; werklust
Schnellheit dynamiek; energie; felheid; fiksheid; kracht; sterkte
Seite mit Verstärkung fort; sterkte; versterkte plaats
Stärke kracht; sterkte corpulentie; felheid; gedrevenheid; gelegenheden; gewicht; gezetheid; heftigheid; hevigheid; intensiteit; kansen; kracht; lijvigheid; macht; mogelijkheid; mogelijkheid tot verwezenlijking; potentie; sterke kant; sterke zijde; stijfsel; vermogen; zetmeel; zwaarlijvigheid; zwaarte
Vermögen dynamiek; energie; felheid; fiksheid; kracht; sterkte arbeidskracht; arbeidsvermogen; belangrijkste geldbedrag; capaciteit; financiële middelen; fortuin; fortuintje; geldelijk vermogen; geldmiddelen; grote som geld; hoofdsom; inhoud; kapitaal; kracht; omvatte ruimte; vermogen; werkkracht; werkvermogen; werkzaamheid
Zitadelle citadel; fort; kasteel; sterkte; versterkte legerplaats citadel; kasteel; ridderkasteel; ridderslot
starke Seite fort; sterkte; versterkte plaats sterke kant; sterke zijde
stärkste Seite fort; sterkte; versterkte plaats

Related Words for "sterkte":

  • sterktes

Related Definitions for "sterkte":

  1. het krachtig of stevig zijn1
    • de sterkte van de draad1

Wiktionary Translations for sterkte:

sterkte
noun
  1. de mate waarin iets sterk is

Cross Translation:
FromToVia
sterkte Stärke strength — quality of being strong
sterkte Gewalt; Kraft; Stärke forcefaculté naturelle d’agir vigoureusement, en particulier en parlant de l’homme et des animaux.
sterkte Reich; Staat; Gewalt; Macht; Potenz; Stärke; Leistung puissancepouvoir d’imposer son autorité.
sterkte Menge; Quantität; Quantum quantité — Tout ce qui peut être mesurer ou nombré, de tout ce qui est susceptible d’accroissement ou de diminution.
sterkte Stärke; Kraft; Robustheit vigueur — Force ; plénitude ; énergie ; fougue.

sterken:

sterken verb (sterk, sterkt, sterkte, sterkten, gesterkt)

  1. sterken (versterken; sterker worden)
    verstärken; bekräftigen
    • verstärken verb (verstärke, verstärkst, verstärkt, verstärkte, verstärktet, verstärkt)
    • bekräftigen verb (bekräftige, bekräftigst, bekräftigt, bekräftigte, bekräftigtet, bekrächtigt)
  2. sterken (zijn heil zoeken in; troosten; laven)

Conjugations for sterken:

o.t.t.
  1. sterk
  2. sterkt
  3. sterkt
  4. sterken
  5. sterken
  6. sterken
o.v.t.
  1. sterkte
  2. sterkte
  3. sterkte
  4. sterkten
  5. sterkten
  6. sterkten
v.t.t.
  1. ben gesterkt
  2. bent gesterkt
  3. is gesterkt
  4. zijn gesterkt
  5. zijn gesterkt
  6. zijn gesterkt
v.v.t.
  1. was gesterkt
  2. was gesterkt
  3. was gesterkt
  4. waren gesterkt
  5. waren gesterkt
  6. waren gesterkt
o.t.t.t.
  1. zal sterken
  2. zult sterken
  3. zal sterken
  4. zullen sterken
  5. zullen sterken
  6. zullen sterken
o.v.t.t.
  1. zou sterken
  2. zou sterken
  3. zou sterken
  4. zouden sterken
  5. zouden sterken
  6. zouden sterken
diversen
  1. sterk!
  2. sterkt!
  3. gesterkt
  4. sterkend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for sterken:

VerbRelated TranslationsOther Translations
bekräftigen sterken; sterker worden; versterken autoriseren; bekrachtigen; bevestigen; bezegelen; dulden; duren; fiatteren; goedkeuren; goedvinden; gunnen; homologeren; inwilligen; laten; permitteren; toelaten; toestaan; toestemmen; toestemming verlenen; vergunnen
sein Heil suchen in laven; sterken; troosten; zijn heil zoeken in
sein Ziel finden in laven; sterken; troosten; zijn heil zoeken in
sich getrösten mit laven; sterken; troosten; zijn heil zoeken in
verstärken sterken; sterker worden; versterken aanscherpen; bezwaren; consolideren; gewicht toevoegen; intensiveren; sterker maken; toespitsen; verhevigen; versterken; verstevigen; verzwaren; zwaarder maken