Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. soort:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for soort from Dutch to Swedish

soort:

soort [de ~] nomen

  1. de soort (genre; type; slag)
    genre; stil
  2. de soort (ras; slag)
    art
    • art [-en] nomen
  3. de soort (aard)
    sort; slag

Translation Matrix for soort:

NounRelated TranslationsOther Translations
art ras; slag; soort
genre genre; slag; soort; type aard; genre; klasse; onderverdeling
slag aard; soort dreun; drevels; duw; duwtje; geklots; hengst; jens; klap; klop; knal; lel; mep; muilpeer; opdoffers; opdonder; opdonders; opduvel; opduvels; oplawaai; oplawaaien; pets; peut; pol; por; revers; shocks; slag; stempels; stoot; stootje; tik; toegebrachte klap; uithaal; vuistslag; zet
sort aard; soort aard; klasse; merk; merknaam; onderverdeling
stil genre; slag; soort; type aanzien; allure; speurzin

Related Words for "soort":

  • soorten

Related Definitions for "soort":

  1. verzameling mensen of dingen met dezelfde eigenschappen1
    • leraren zijn een vervelend soort mensen1
  2. wat erop lijkt maar niet precies is1
    • we moeten naar een soort feest1

Wiktionary Translations for soort:


Cross Translation:
FromToVia
soort typ; slag; sort; art kind — type, race, category
soort sort; slag sort — type
soort art ArtBiologie: die Grundeinheit der biologischen Systematik, der Unterbegriff der Gattung
soort sort acabit — désuet|fr Décrit la nature, ou la bonne qualité ou mauvaise de certaines choses.
soort sort espèceTraductions à trier suivant le sens.
soort sort genreensemble d’êtres, ou de choses, caractériser par un ou des traits communs.

Related Translations for soort