Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. wisseling:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for wisseling from Dutch to Spanish

wisseling:

wisseling [de ~ (v)] nomen

  1. de wisseling
    el traslado; el cambio; el desplazamiento

Translation Matrix for wisseling:

NounRelated TranslationsOther Translations
cambio wisseling amenderen; declineren; deviezenkoers; draai; evolutie; geldkoers; herleidingskoers; hervorming; het verschonen; inruil; keer; keerpunt; kentering; kering; koers; koppelkoers; modificeren; mutatie; muteren; ombuiging; omdraaiing; omkeer; omkering; ommedraai; ommekeer; ommezwaai; omruil; omruiling; omschakeling; omslag; omwisselen; omwisseling; overgang; overplaatsing; overslag; overstap; richtingsverandering; ruil; ruiling; ruiltransactie; transformatie; uitwisseling; valuta; veranderen; verandering; verbuigen; verruiling; verschoning; verwisseling; wending; wijzigen; wijziging; wissel; wisselbrief; wisselkoers; wisseltarief
desplazamiento wisseling manoeuvre; respijt; schijngevecht; schijnkamp; sciamachie; spiegelgevecht; uitstel; verdringing; verlegging; verschuiving; verzetting
traslado wisseling beweging; falsificatie; gebaar; lichaamsbeweging; migratie; overboeking; overmaking; overplaatsing; overschrijving; overslag; respijt; uitstel; verhuizing; verlegging; verplaatsing; verruiling; vervalsing; verzetting

Related Words for "wisseling":

  • wisselingen

Wiktionary Translations for wisseling:


Cross Translation:
FromToVia
wisseling alternancia; alternación alternanceaction d’alterner.
wisseling transformacion; metamorfosis transformationaction de transformer.

External Machine Translations: