Dutch

Detailed Translations for vermogen from Dutch to Spanish

vermogen:

vermogen [het ~] nomen

  1. het vermogen (geldelijk vermogen)
    el haberes; el capital; la hacienda; la fortuna; la riqueza; el caudal
  2. het vermogen (capaciteit; kracht)
    el poder; la capacidad; la fuerza; la potencia; la energía
  3. het vermogen (kracht; macht)
    el vigor; la fuerza; el poder; la capacidad; el dominio; la fortaleza; la potencia; el potencial; la energía; el dinamismo; la vitalidad; la autoridad; la potestad; la vigencia

vermogen verb

  1. vermogen (in staat zijn; kunnen)

Translation Matrix for vermogen:

NounRelated TranslationsOther Translations
autoridad kracht; macht; vermogen autoriteit; autoriteiten; bevoegdheid; competentie; force majeure; gezag; gezaghebber; gezaghebbers; gezagsdrager; gezagsorgaan; gouvernement; heerschappij; instantie; invloed; kabinet; macht; overmacht; regering
capacidad capaciteit; kracht; macht; vermogen aanleg; begaafdheid; bekwaamheid; capabelheid; capaciteit; competentie; draagkracht; draagvermogen; gave; geschiktheid; grootte in de ruimte; inhoud; inhoudsruimte; knobbel; kundigheid; kwaliteit; laadvermogen; omvatte ruimte; scherpzinnigheid; talent; ter zake kundigheid; vernuft; volume; wat ergens in zit
capital geldelijk vermogen; vermogen belangrijkste geldbedrag; financiële middelen; fortuin; fortuintje; geldmiddelen; geldvoorraad; geluk; gelukkigheid; grote som geld; het gelukkig-zijn; hoofdplaats; hoofdsom; hoofdstad; kapitaal
caudal geldelijk vermogen; vermogen
dinamismo kracht; macht; vermogen dynamiek; energie; felheid; fiksheid; kracht; sterkte
dominio kracht; macht; vermogen TLD; autoriteit; bedwang; beheersing; bezitting; boedel; district; domein; gebiedsdeel; gezag; heerschappij; huisraad; inboedel; invloed; macht; mate van bekwaamheid; rayon; rayon van een bedrijf; topleveldomein
energía capaciteit; kracht; macht; vermogen aandrift; daadkracht; daadkrachtigheid; doortastendheid; drift; dynamiek; electrische stroom; energie; esprit; felheid; fiksheid; fut; hartstocht; invloed; kracht; krachtdadigheid; macht; momentum; passie; puf; sterkte; stroom; stuwkracht; voortstuwing; voortvarendheid; vuur; werklust
fortaleza kracht; macht; vermogen aandrijving; bastion; bolwerk; burcht; citadel; deurslot; dynamiek; energie; felheid; fiksheid; fort; kasteel; kracht; krachtdadigheid; ridderkasteel; ridderslot; slot; sterkte; stuwkracht; versterkte plaats; voortstuwing
fortuna geldelijk vermogen; vermogen beminde; duifje; fortuin; fortuintje; geluk; gelukkigheid; het gelukkig-zijn; liefje; liefste; lieve; mazzel; meevaller; poepje; schat; schatje; schattebout; scheetje; snoes; welgevallen
fuerza capaciteit; kracht; macht; vermogen aandrift; aandrijving; daadkracht; dapperheid; doortastendheid; dynamiek; energie; esprit; felheid; fermheid; flinkheid; forsheid; fut; gehardheid; gestaaldheid; geweld; heftigheid; hevigheid; intensiteit; koenheid; kracht; krachtdadigheid; kranigheid; moed; momentum; onversaagdheid; puf; sterkte; stevigheid; stoerheid; stootband; stuwkracht; voortstuwing; voortvarendheid; werklust
haberes geldelijk vermogen; vermogen bezittingen; eigendommen
hacienda geldelijk vermogen; vermogen haciënda; landgoed
poder capaciteit; kracht; macht; vermogen autorisatie; autoriteit; fiat; geven van volmacht; gezag; gouvernement; heerschappij; kabinet; lastbrief; lastgeving; licentie; macht; machtiging; machtigingsformulier; mandaat; procuratie; regering; toestemming; vergunning; volmacht
potencia capaciteit; kracht; macht; vermogen bekwaamheid; capaciteit; gezag; graad; kracht; kwaliteit; macht; militaire rang; mogendheden; mogendheid; ter zake kundigheid
potencial kracht; macht; vermogen gezag; macht; veldsterkte
potestad kracht; macht; vermogen
riqueza geldelijk vermogen; vermogen financiële middelen; geldmiddelen; kapitaal; luxe; overvloed; pracht; rijkdom; rijkheid; weelde; weelderigheid
saber handigheid; kneep; kunde; kundigheid; kunst; toer; truc
vigencia kracht; macht; vermogen geldigheid; geldigheidsduur; gelding; geldingsdrang; krachtdadigheid; levensduur; lichamelijke geschiktheid; termijn van geldigheid; validiteit
vigor kracht; macht; vermogen aandrijving; betrouwbaarheid; degelijkheid; deugdelijkheid; gehardheid; gestaaldheid; krachtdadigheid; kranigheid; pittigheid; soliditeit; stevigheid; stuwkracht; voortstuwing
vitalidad kracht; macht; vermogen dynamiek; energie; felheid; fiksheid; groeikracht; kracht; krachtdadigheid; levenskracht; levensmoed; levensvatbaarheid; sterkte; vitaliteit
- macht
VerbRelated TranslationsOther Translations
poder iets mogen; mogen
saber in staat zijn; kunnen; vermogen gunnen; iets toekennen; kennen; ondervragen; op de hoogte zijn; overhoren; toebedelen; toekennen; toewijzen; uithoren; uitvragen; verhoren; weten
ser capaz in staat zijn; kunnen; vermogen
Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
capital eigen vermogen; kapitaal
dominio domein
ModifierRelated TranslationsOther Translations
fuerza dapper; heldhaftig; heroïsch; kloek; moedig; onverschrokken; stout; stoutmoedig
potencial latent; potentieel

Related Words for "vermogen":

  • vermogens

Synonyms for "vermogen":


Related Definitions for "vermogen":

  1. kracht om iets te doen1
    • hij heeft het vermogen om iedereen blij te maken1
  2. rijkdom, groot bezit1
    • zijn vermogen is de laatste jaren alleen maar gegroeid1

Wiktionary Translations for vermogen:

vermogen
noun
  1. een hoeveelheid kapitaal
  2. de kwaliteiten om iets te kunnen doen

Cross Translation:
FromToVia
vermogen habilidad ability — quality or state of being able
vermogen carga load — the electrical current or power delivered by a device
vermogen potencia power — physics: measure of the rate of doing work or transferring energy
vermogen poder capacité — Pouvoirs reconnus par la loi
vermogen capital; fondo; fondos; finca; propriedad fondsensemble de biens matériels ou immatériels servant à l’usage principal d’une activité.
vermogen habilidad; destreza; maña habilité — rare|fr droit|fr résultat de l’habilitation, aptitude.

Related Translations for vermogen