Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. tuig:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for tuig from Dutch to Spanish

tuig:

tuig [het ~] nomen

  1. het tuig (gareel; toom; harnas)
    el aparejos; el arreos
  2. het tuig (schorriemorrie; gespuis; geboefte; uitschot; gebroed)
    la escoria; el populacho; la canalla; la chusma; la gentuza; el plebe; la hampa
  3. het tuig (al het touwwerk aan boord; tuigage; want)
    el aparejo; la jarcias

Translation Matrix for tuig:

NounRelated TranslationsOther Translations
aparejo al het touwwerk aan boord; tuig; tuigage; want apparatuur; handschoen; machine; scheepswant; takel voor lichte lasten; takelwerk; talie; tuigage; want; zeilwerk
aparejos gareel; harnas; toom; tuig
arreos gareel; harnas; toom; tuig
canalla geboefte; gebroed; gespuis; schorriemorrie; tuig; uitschot achterbaks persoon; bandiet; boef; boosdoener; booswicht; canaille; deugniet; fielt; gajes; gemenerik; guit; hoerenjong; klootzak; kuttenkop; lelijkerd; loeder; onverlaat; pleurislijder; pleurislijer; ploert; rakker; schobbejak; schoft; schurk; slechtaard; smeerlap; snaak; snoodaard; soepzootje; stinkerd
chusma geboefte; gebroed; gespuis; schorriemorrie; tuig; uitschot gajes; gepeupel; geteisem; grauw; janhagel; kliek; onderonsje; plebs; rapaille; uitvaagsel
escoria geboefte; gebroed; gespuis; schorriemorrie; tuig; uitschot huisjesslak; ijzerslak; ijzerslakken; slak; uitvaagsel
gentuza geboefte; gebroed; gespuis; schorriemorrie; tuig; uitschot gajes; gepeupel; grauw; plebs; rapaille; uitvaagsel
hampa geboefte; gebroed; gespuis; schorriemorrie; tuig; uitschot gajes
jarcias al het touwwerk aan boord; tuig; tuigage; want gajes; scheepstuigen; scheepswanten; takelwerk
plebe geboefte; gebroed; gespuis; schorriemorrie; tuig; uitschot gajes; janhagel
populacho geboefte; gebroed; gespuis; schorriemorrie; tuig; uitschot canaille; gajes
ModifierRelated TranslationsOther Translations
canalla achterbaks; boefachtig; boosaardig; doortrapt; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; leep; listig; onedel; schurkachtig; slinks; sluw; snood; stiekem; uitgekookt; vals

Related Words for "tuig":


Wiktionary Translations for tuig:


Cross Translation:
FromToVia
tuig gentuza; flaite riffraff — the rabble
tuig canalla; escoria scum — person or persons considered to be reprehensible