Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. trekker:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for trekker from Dutch to Spanish

trekker:

trekker [de ~ (m)] nomen

  1. de trekker (trekster)
    la excursionista
  2. de trekker (tractor)
    el tirador; el tractor
  3. de trekker (ruitenwisser; wisser)
    el borrador; el secador
  4. de trekker (glazenwisser)

Translation Matrix for trekker:

NounRelated TranslationsOther Translations
borrador ruitenwisser; trekker; wisser bordenwisser; concept; geflikflooi; geklodder; gerotzooi; gom; klad; kladblok; kladschrift; kladwerk; model; ontwerp; proefversie; schets; schetstekening; tekening; toonbeeld; voorbeeld; voorlopig ontwerp
excursionista trekker; trekster dagjesmens
limpiador de cristales glazenwisser; trekker glasreiniger; glazenwasser
secador ruitenwisser; trekker; wisser droger voor de handen; droogrek; rek
tirador tractor; trekker arkebussier; deurklink; greep; handel; handgreep; handvat; hendel; klink; klovenier; konstabel; kruk; scherpschutter; schutter; tirailleur; trekkoord
tractor tractor; trekker tractor
Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
borrador concept

Related Words for "trekker":


Wiktionary Translations for trekker:

trekker
noun
  1. tractor

Cross Translation:
FromToVia
trekker tractor tractor — farm vehicle
trekker caminante wayfarer — traveller
trekker tractor tracteurmachine qui sert à tirer, véhicule qui sert à remorquer.

Related Translations for trekker