Dutch

Detailed Translations for part from Dutch to Spanish

part:

part [de ~] nomen

  1. de part (aandeel; deel)
    la pieza; el trozo; la parte; la ración; la porción; el pedazo
  2. de part (portie; aandeel)
    la porción; la ración; la parte; el porcentaje
  3. de part (gedeelte; stuk; deel; fractie)
    la parte; la pieza; la sección; la ración; la fracción; la porción; el quebrado; la ruptura; la estatura; el fragmento; la fractura; la quebradura; el lote; la rotura

Translation Matrix for part:

NounRelated TranslationsOther Translations
estatura deel; fractie; gedeelte; part; stuk bouwsel; bouwwerk; figuur; gebouw; gedaante; gestalte; groot en dik stuk; homp; hoogte; lichaamslengte; lichaamspostuur; pand; postuur; schim; vorm
fracción deel; fractie; gedeelte; part; stuk afdeling; barst; breuk; breukgetal; departement; detachement; interruptie; krak; machtsblok; onderbreking; scheur; sectie; tak; verbreking
fractura deel; fractie; gedeelte; part; stuk braak; breuk; fractuur; inbraak; knak; knik; kraak
fragmento deel; fractie; gedeelte; part; stuk brokje; brokstuk; diggel; fragment; groot en dik stuk; homp; kleine brok; scherf; splinter; wrakstuk
lote deel; fractie; gedeelte; part; stuk batch; bouwwerk; gebouw; hoeveelheid; pand; partij
parte aandeel; deel; fractie; gedeelte; part; portie; stuk afdeling; band; boekdeel; brokje; deel; deeltje; departement; detachement; dosis; geluidsniveau; groot en dik stuk; homp; kleine brok; ledemaat; lichaamsdeel; lidmaat; onderdeeltje; portie; sectie; segment; tak; volume
pedazo aandeel; deel; part buil; bult; diggel; groot en dik stuk; homp; klont; klonter; kneuswond; kneuzing; letsel; mondvol; schar; scherf; splinter
pieza aandeel; deel; fractie; gedeelte; part; stuk afdeling; brokje; damschijf; departement; detachement; groot en dik stuk; homp; kleine brok; ledemaat; lichaamsdeel; lidmaat; sectie; speelstuk; tak
porcentaje aandeel; part; portie procent
porción aandeel; deel; fractie; gedeelte; part; portie; stuk afdeling; band; boekdeel; deel; departement; detachement; dosis; geluidsniveau; portie; sectie; segment; tak; volume
quebrado deel; fractie; gedeelte; part; stuk gefailleerde
quebradura deel; fractie; gedeelte; part; stuk barst; breuk; inkeping; inkerving; keep; kerf; knak; knik; krak; scheur
ración aandeel; deel; fractie; gedeelte; part; portie; stuk
rotura deel; fractie; gedeelte; part; stuk barst; breuk; fractuur; interruptie; knak; knik; krak; onderbreking; openscheuring; scheur; verbreking
ruptura deel; fractie; gedeelte; part; stuk barst; breken; breuk; dijkbreuk; doorbraak; doorbreken; doorbreking; interruptie; krak; onderbreking; openscheuring; ruptuur; scheur; scheuring; verbreking
sección deel; fractie; gedeelte; part; stuk afdeling; autopsie; deelsoort; departement; detachement; divisie; doorsnede; echelon; gebiedsdeel; geleding; laag; lijkschouwing; presentatiesectie; rayon; rayon van een bedrijf; rijksdeel; sectie; segment; snijding; snijvlak; tak
trozo aandeel; deel; part brok; brokje; groot en dik stuk; homp; kleine brok; klont; mik; mondvol; suikerklontje
- deel; element; gedeelte; stuk
ModifierRelated TranslationsOther Translations
quebrado aan gruzelementen; aan scherven; aan stukken; gebroken; geruineerd; kapot; naar de knoppen; stuk

Related Words for "part":


Synonyms for "part":


Antonyms for "part":


Related Definitions for "part":

  1. wat kleiner is dan het totaal1
    • ik snij de appel in partjes1

Wiktionary Translations for part:


Cross Translation:
FromToVia
part parte partition — part of something that had been divided

Related Translations for part