Dutch

Detailed Translations for hard from Dutch to Spanish

hard:


Translation Matrix for hard:

NounRelated TranslationsOther Translations
alto halt
fuerte citadel; deurslot; kasteel; ridderkasteel; ridderslot; slot; sterke kant; sterke zijde
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
- gauw; luid
AdverbRelated TranslationsOther Translations
mucho heel veel; veel
Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
- snel
OtherRelated TranslationsOther Translations
alto ho
ModifierRelated TranslationsOther Translations
acelerado hard; keihard; met hoge snelheid bespoedigd; sneller gemaakt; versneld
agitado hard; hardop; luid bewogen; bezet; druk; drukbezet; geagiteerd; gehaast; gejaagd; geprikkeld; gestressed; geërgerd; geïrriteerd; haastig; hectisch; heftig; jachtig; joelend; levendig; onbeheerst; ongedurig; onrustig; onstuimig; roerig; rusteloos; schreeuwend; turbulent; veelbewogen; verhit; woelig
agudo hard; hoog; schel; scherp; schril; snerpend acuut; adrem; behendig; beklemmend; bekwaam; bijdehand; bitter teleurgesteld; clever; doordringend; felle; gevat; handig; indringend; intelligent; intens; intensief; kien; knellend; kundig; met een scherp oog; nauwlettend; nijpend; pienter; puntig; raak; schel klinkend; scherp; scherp gepunt; scherpklinkend; scherpzinnig; schrander; slim; smartelijk; snedig; snugger; spits; uitgekookt; uitgeslapen; vaardig; verbitterd; vlijmend; vlijmscherp
alto hard; hardop; luid; luid klinkend breed; enorm; fors; groot; heel erg; hoog; hoog gegroeid; hoog gerezen; hooggelegen; in zeer hoge mate; lang; luid; luidkeels; reuze; uit de kluiten gewassen; uit volle borst
bestial hard; hardvochtig; onbarmhartig; ongenadig barbaars; beestachtig; bruut; dierlijk; inhumaan; monsterlijk; onmenselijk; wreed
brusco hard; hardhandig; onzacht; ruw abrupt; agressief; bits; bitter teleurgesteld; bot; bruusk; eensklaps; fel; felle; gewelddadig; hanig; ineens; kattig; kortaf; korzelig; meedogenloos; nors; onderdrukt; ongedacht; onverhoeds; onverwacht; onverwachts; onvriendelijk; onzacht; opeens; opgekropt; pinnig; plots; plotseling; plotsklaps; scherp; schielijk; snauwend; snauwerig; snibbig; spinnig; verbeten; verbitterd; verkropt; vinnig; vlijmend; wreed; wrevelig; zonder omhaal
brutal hard; hardvochtig; onbarmhartig; ongenadig agressief; barbaars; beestachtig; bruut; gewelddadig; inhumaan; meedogenloos; monsterlijk; onmenselijk; wreed
bullicioso hard; hardop; luid opzichtig; protserig; roezemoezig; schreeuwerig
cruel emotieloos; gevoelloos; hard; hardvochtig; harteloos; liefdeloos; onbarmhartig; ongenadig; ongevoelig; zielloos barbaars; beestachtig; bot; bruut; inhumaan; kortaf; meedogenloos; monsterlijk; onmenselijk; wreed; zonder omhaal
despiadado emotieloos; gevoelloos; hard; hardvochtig; harteloos; liefdeloos; onbarmhartig; ongenadig; ongevoelig; zielloos nietsontziend
duro emotieloos; gevoelloos; hard; hardhandig; hardop; hardvochtig; harteloos; liefdeloos; luid; onbarmhartig; ongenadig; ongevoelig; onzacht; ruw; zielloos agressief; direct; doordringend; eigenwijs; eigenzinnig; genadeloos; gewelddadig; hardhoofdig; indringend; lastig; meedogenloos; moeilijk; niet makkelijk; onbarmhartig; onbuigzaam; ongemakkelijk; ongenadig; ongezouten; onverzettelijk; schel klinkend; scherp; stijfjes; stijfkoppig; stug; taai; volhoudend; week; zwaar; zwak
en voz alta hard; hardop; luid; luid klinkend luid; luidkeels; opzichtig; protserig; schreeuwerig; uit volle borst
estrepitoso hard; hardop; luid
estruendoso hard; hardop; luid opzichtig; protserig; schreeuwerig
fuerte hard; hardop; hoog; keihard; luid; met hoge snelheid; schel; scherp; schril; snerpend bitter teleurgesteld; blijvend; breed; dapper; degelijke; doordringend; duurzaam; duurzame; felle; ferm; fiks; flink; fors; fysiek sterk; grimmig; heldhaftig; heroïsch; indringend; intens; intensief; kloek; krachtig; massief; met een krachtige uitwerking; moedig; moreel sterk; onderdrukt; onverschrokken; opgekropt; pittig; potig; robuust; schel klinkend; scherp; solide; sterk; stevig; stevig gebouwd; stout; stoutmoedig; straf; struis; uit de kluiten gewassen; verbeten; verbitterd; verkropt; zwaar; zwaargebouwd
inconmovible emotieloos; gevoelloos; hard; hardvochtig; harteloos; liefdeloos; ongevoelig; zielloos onaandoenlijk; onverstoorbaar
inflexible hard; hardop; luid gestreng; niet toegevend; onbuigzaam; onverbiddelijk; onverbiddelijke; onvermurwbaar; onverzettelijk; stijfkoppig; streng; stug; taai
insensible emotieloos; gevoelloos; hard; hardvochtig; harteloos; liefdeloos; onbarmhartig; ongenadig; ongevoelig; zielloos dikhuidig; geen pijn voelend; gevoelloos; niet-voelend; onaandoenlijk; onbegaan; ongevoelig
mucho hard; hardop; luid bijzonder; boordevol; buitengemeen; buitengewoon; buitensporig; dikwijls; excessief; extreem; frequent; heel erg; hogelijk; intens; intensief; meermaals; menigmaal; pijnlijk; regelmatig; ten zeerste; uitermate; uiterst; vaak; veel; veelvuldig; volop; zeer; zeerste
muy hard; hardop; luid behoorlijk; behoorlijke; bijzonder; buitengemeen; buitengewoon; buitensporig; dikwijls; erg; excessief; extreem; fantastisch; formidabel; frequent; geducht; geweldig; heel erg; hogelijk; in hoge mate; intens; intensief; meermaals; menigmaal; pijnlijk; prachtig; regelmatig; ten zeerste; uitermate; uiterst; vaak; veel; veelvuldig; zeer; zeerste
penetrante hard; hoog; schel; scherp; schril; snerpend beklemmend; bijtende; doordringend; indringend; indringende; indringerig; knellend; nijpend; op afgebeten toon; penetrant; schel klinkend; scherp; schril; smartelijk; snijdend; stekend; vlijmend; vlijmscherp
riguroso hard; hardop; luid bindend; bitter teleurgesteld; dwingend; exact; felle; guur; kil; onvermurwbaar; precies; punctueel; rigoureus; stipt; streng; strikt; stringent; verbitterd
ruidoso hard; hardop; luid gehorig; joelend; lawaaierig; luid; luidruchtig; opzichtig; protserig; rumoerig; schreeuwend; schreeuwerig
severo emotieloos; gevoelloos; hard; hardop; hardvochtig; harteloos; liefdeloos; luid; ongevoelig; zielloos corpulent; dik; doordringend; gestreng; gezet; indringend; lijvig; niet toegevend; onvermurwbaar; schel klinkend; scherp; streng; strikt; stringent; vlijmend; vlijmscherp; zwaarlijvig
sin corazón emotieloos; gevoelloos; hard; hardvochtig; harteloos; liefdeloos; ongevoelig; zielloos
sin miramientos hard; hardvochtig; onbarmhartig; ongenadig
tremendo hard; hardvochtig; onbarmhartig; ongenadig aanmerkelijk; aanzienlijk; afgrijselijk; afschuwelijk; angstwekkend; beduidend; behoorlijk; betoverend; bliksems; dreigend; eng; enorm; extravagant; flink; fors; geducht; gigantisch; godgeklaagd; groot; groots; grootschalig; gruwelijk; heel erg; heel groot; hemeltergend; ijzingwekkend; immens; in hoge mate; in zeer hoge mate; kolossaal; luisterrijk; magnifiek; onmetelijk; ontzettend; overmatig; prachtig; reusachtig; reuze; riant; schandalig; schandelijk; schitterend; schrikaanjagend; schrikbarend; schrikwekkend; schromelijk; ten hemel schreiend; verdraaid; verduiveld; verfoeilijk; verregaand; verschrikkelijk; vervaarlijk; vreeswekkend; vreselijk; week; zeer ergerlijk; zwak
tumultuoso hard; hardop; luid joelend; opzichtig; protserig; schreeuwend; schreeuwerig
velozmente hard; hardop; keihard; luid; met hoge snelheid rap; snel; vlot; vlug

Related Words for "hard":

  • hardheid, harder, hardere, hardst, hardste

Synonyms for "hard":


Antonyms for "hard":


Related Definitions for "hard":

  1. heel erg1
    • je hebt je rust hard nodig1
  2. met grote vaart1
    • hij rijdt veel te hard1
  3. hevig of krachtig1
    • er stond een harde wind1
  4. met veel kalk erin1
    • het water is hier hard1
  5. moeilijk of zwaar1
    • dat is erg hard voor hem1
  6. niet goed in te drukken1
    • het vriest, dus de grond is hard1
  7. streng en zonder medelijden1
    • de minister neemt harde maatregelen1
  8. waar bewijzen voor zijn1
    • de harde cijfers tonen aan dat hij gelogen heeft1
  9. krachtig, overduidelijk te horen1
    • die harde muziek komt van boven1

Wiktionary Translations for hard:


Cross Translation:
FromToVia
hard insensible; desconsiderado; cruel callous — emotionally hardened
hard duro hard — resistant to pressure
hard difícil; duro hard — severe
hard duro hard — of water, high in dissolved calcium compounds
hard fuerte loud — of a sound
hard fuerte laut — von Ton und Stimmen : stark, intensiv
hard austero austère — Qui est rigoureux pour le corps et qui mortifier les sens et l’esprit. — note Se dit surtout des doctrines et des pratiques religieux.
hard duro; firme; difícil dur — Qui, par suite de sa fermeté, est difficile à pénétrer, à entamer.
hard fuerte; intenso sonore — Qui rendre un son.
hard inclemente; severo; adusto sévère — Qui est rigide, sans indulgence.

hard form of harden:

Conjugations for harden:

o.t.t.
  1. hard
  2. hardt
  3. hardt
  4. harden
  5. harden
  6. harden
o.v.t.
  1. hardde
  2. hardde
  3. hardde
  4. hardden
  5. hardden
  6. hardden
v.t.t.
  1. ben gehard
  2. bent gehard
  3. is gehard
  4. zijn gehard
  5. zijn gehard
  6. zijn gehard
v.v.t.
  1. was gehard
  2. was gehard
  3. was gehard
  4. waren gehard
  5. waren gehard
  6. waren gehard
o.t.t.t.
  1. zal harden
  2. zult harden
  3. zal harden
  4. zullen harden
  5. zullen harden
  6. zullen harden
o.v.t.t.
  1. zou harden
  2. zou harden
  3. zou harden
  4. zouden harden
  5. zouden harden
  6. zouden harden
diversen
  1. hard!
  2. hardt!
  3. gehard
  4. hardend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

harden [znw.] nomen

  1. harden (bestand maken tegen)
    el endurecer; el endurecimiento

Translation Matrix for harden:

NounRelated TranslationsOther Translations
endurecer bestand maken tegen; harden stalen; verharden
endurecimiento bestand maken tegen; harden consolidatie; gehardheid; gestaaldheid; verharding; versterking; versteviging; verstijving
VerbRelated TranslationsOther Translations
adiestrar bekwamen; coachen; harden; oefenen; trainen africhten; dier africhten; dresseren; trainen
aguantar doorstaan; dragen; dulden; harden; uithouden; uitzingen; verdragen; verduren; volhouden doorleven; doormaken; doorstaan; dulden; iets verduren; in leven blijven; incasseren; opvangen; overleven; standhouden; velen; verdragen; verduren; verteren; welgevallen; zich staande houden
ejercitar bekwamen; coachen; harden; oefenen; trainen
endurecer harden; stalen; uitharden hard worden; verharden
fortalecer harden; stalen; uitharden consolideren; solidair maken; solidariseren; sterken; sterker maken; sterker worden; versterken; verstevigen
radicalizar harden; stalen; uitharden
secarse harden; stalen; uitharden drogen; indrogen; opdrogen; samentrekken; schrompelen; slinken; verschrompelen
soportar doorstaan; dragen; dulden; harden; uithouden; uitzingen; verdragen; verduren; volhouden aanjagen; aansporen; doorleven; doormaken; doorstaan; dragen; iets verduren; incasseren; ondersteunen; opjutten; opvangen; porren; schoren; schragen; steunen; stutten; verdragen; verduren; verteren

Related Definitions for "harden":

  1. hard worden1
    • stopverf moet harden voordat je het schildert1

Wiktionary Translations for harden:

harden
verb
  1. hard maken, met name van staal door verhitten, afschrikken en hameren
  2. psychisch tegen moeilijkheden bestand maken
  3. zichzelf meer weerstand verschaffen

Cross Translation:
FromToVia
harden acostumbrar; avezar; habituar inure — to cause to become accustomed to something unpleasant by prolonged exposure
harden solidificarse set — to solidify
harden templar; endurecer durcir — Durcir
harden sumergir; botar; endurecer tremper — Traductions à trier suivant le sens

Related Translations for hard