Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. expeditie:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for expeditie from Dutch to Spanish

expeditie:

expeditie [de ~ (v)] nomen

  1. de expeditie (verkenningstocht)
    la expedición
  2. de expeditie (reis; trektocht; mars; )
    el viaje; el pasaje; la excursión

Translation Matrix for expeditie:

NounRelated TranslationsOther Translations
excursión expeditie; mars; reis; rit; tocht; toer; trektocht dagreis; dagtocht; excursie; gang; reis; rit; ronde; tocht; tochtje; toer; toertje; tournee; trip; uitje; uitstapje
expedición expeditie; verkenningstocht afgifte; aflevering; afstaan; afzenden; bezorging; geleverde; leverantie; levering; overdracht; posten; speurtocht; uitlevering; verkenning; versturen; verzenden; verzending; wegsturen; zoektocht
pasaje expeditie; mars; reis; rit; tocht; toer; trektocht corridor; doorgang; doorloop; gang; gangpad; overtocht; overvaart; pasje; passage; passus; zeereis
viaje expeditie; mars; reis; rit; tocht; toer; trektocht dagtocht; excursie; reis; tochtje; toertje; trip; uitje; uitstapje

Related Words for "expeditie":

  • expedities

Wiktionary Translations for expeditie:

expeditie
noun
  1. verzending van goederen

Cross Translation:
FromToVia
expeditie expedición expedition — An important enterprise, implying a change of place