Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. buurtschap:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for buurtschap from Dutch to Spanish

buurtschap:

buurtschap [de ~ (v)] nomen

  1. de buurtschap (gehucht; gat)
    el hueco; el caserío; el hoyo; el agujero; la apertura; la mancha; el destino; la aldea; la abertura; la tacha; el lugar; el pueblo; el bache; el boquete; la hendidura
  2. de buurtschap (dorp)
    el pueblo; la aldea

Translation Matrix for buurtschap:

NounRelated TranslationsOther Translations
abertura buurtschap; gat; gehucht aanvang; achterbuurt; begin; doorkijk; eerlijkheid; gribus; insnijding; inzet; kijkje; kloof; krottenbuurt; krottenwijk; lek; lekken; onbevangenheid; openhartigheid; openheid; opening; oprechtheid; rechtschapenheid; rondborstigheid; rondheid; spleet; split; staartstuk; start; stuit; tussenruimte; uitsparing
agujero buurtschap; gat; gehucht achterbuurt; gaatje; gat; gribus; krottenbuurt; krottenwijk; lek; lekkage; lekken; onderkant; waterlek
aldea buurtschap; dorp; gat; gehucht nederzetting
apertura buurtschap; gat; gehucht eerlijkheid; ontsluiten; ontsluiting; openhartigheid; openheid; openlegging; openstelling; oprechtheid; rechtschapenheid; rondborstigheid; rondheid; voorprogramma
bache buurtschap; gat; gehucht achterbuurt; gribus; inzakking; krottenbuurt; krottenwijk; kuil; malaise; onderkant; slapheid; slapte; staartstuk; stuit; uitholling
boquete buurtschap; gat; gehucht achterbuurt; bres; gat; gribus; krottenbuurt; krottenwijk; lek; lekken; onderkant; opening
caserío buurtschap; gat; gehucht nederzetting
destino buurtschap; gat; gehucht bestemming; doel; doelvoorziening; eindpunt; fortuin; fortuintje; geadresseerde; geluk; gelukkigheid; het gelukkig-zijn; levenslot; noodlot; ongelukkig lot; reisbestemming; toekomst; toekomsten; voorland
hendidura buurtschap; gat; gehucht barst; bergkloof; bergspleet; breuk; geul; gleuf; groef; groeve; insnijding; kloof; krak; langwerpige uitholling; opening; rotskloof; rotsspleet; scheur; sleuf; spleet; split; spouw; tussenruimte; uitsparing; vaargeul
hoyo buurtschap; gat; gehucht bron; crypte; graf; grafkuil; grafplaats; holte; kuil; lek; lekken; niche; nis; onderaardse gang; put; rustplaats; uitholling; waterput; wel
hueco buurtschap; gat; gehucht bak; bowl; gaping; gebrek; hiaat; holte; laagte; lek; lekken; manco; muurnis; niche; nis; schacht; uitholling; zwakheid
lugar buurtschap; gat; gehucht hoek; locatie; oord; plaats; plek; streek
mancha buurtschap; gat; gehucht blaam; harde slag; klap; kledder; klodder; klont; klonter; kwak; lik; moesje; nop; schar; smet; spat; spatje; spatter; stip; stipje; stippel; vlek; vlekje; zwabber
pueblo buurtschap; dorp; gat; gehucht mensen; natie; volk
tacha buurtschap; gat; gehucht schoonheidsfoutje; smet; vlek; vuile plek
Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
destino doel-
ModifierRelated TranslationsOther Translations
hueco hol; inhoudsloos; leeg; nietszeggend

Related Words for "buurtschap":

  • buurtschappen

Wiktionary Translations for buurtschap:

buurtschap
noun
  1. een kleine bewoonde plaats met een eigen naam maar zonder officieel middelpunt zoals een kerk of marktplein

Cross Translation:
FromToVia
buurtschap aldea; pueblecito; caserío hameau — En milieu rural, groupe d’habitations à l’écart d’une commune, à laquelle il rattacher administrativement.