Dutch

Detailed Translations for bui from Dutch to Spanish

bui:

bui [de ~] nomen

  1. de bui (humeur; stemming; gemoedsstemming; gemoedstoestand; gemoedsgesteldheid)
    el estado emocional; el humor; el estado de ánimo
  2. de bui (regenbui)
    el chubasco; el aguacero; el chaparrón; la lluvia torrencial; la ráfaga de viento; la racha de viento; la gota fría; el viento racheado; la ventolera
  3. de bui (nuk; luim; kuur; gril)
    el capricho; la manía; el humor; el mal humor

Translation Matrix for bui:

NounRelated TranslationsOther Translations
aguacero bui; regenbui gietbui; gieten; plensbui; plenzen; slagregen; stortbui; storten; stortregen; stortregenen; zware regenbui
capricho bui; gril; kuur; luim; nuk eigengereidheid; eigenwijsheid; eigenzinnigheid; frats; grilligheid; impuls; luim; luimigheid; opwelling; prikkel; wispelturigheid
chaparrón bui; regenbui gietbui; gieten; plensbui; plenzen; regenvlaag; slagregen; stortbui; storten; stortregen; stortregenen; valwind; zware regenbui
chubasco bui; regenbui gietbui; gieten; plensbui; plenzen; slagregen; stortbui; storten; stortregen; stortregenen; valwind; zware regenbui
estado de ánimo bui; gemoedsgesteldheid; gemoedsstemming; gemoedstoestand; humeur; stemming geesteshouding; geestestoestand; gemoedsaard; gemoedsgesteldheid; gemoedstoestand; gesteldheid; inborst; instelling; positie; psychische toestand; staat; stemming; temperament; toestand
estado emocional bui; gemoedsgesteldheid; gemoedsstemming; gemoedstoestand; humeur; stemming geestesgesteldheid; geestestoestand; psychische toestand
gota fría bui; regenbui
humor bui; gemoedsgesteldheid; gemoedsstemming; gemoedstoestand; gril; humeur; kuur; luim; nuk; stemming geestesgesteldheid; geestestoestand; geestigheid; gemoedsgesteldheid; gesteldheid; gevoel; humor; indruk; instelling; instinct; intuïtie; positie; psychische toestand; staat; stemming; toestand
lluvia torrencial bui; regenbui stortvloed; wolkbreuk
mal humor bui; gril; kuur; luim; nuk geestesgesteldheid; knorrigheid; kregelheid; psychische toestand
manía bui; gril; kuur; luim; nuk aanwensel; manie; overdreven voorliefde; pathologische opgewondenheid; rage; rarigheid; tic
racha de viento bui; regenbui valwind
ráfaga de viento bui; regenbui rukwind; valwind; windstoot; windvlaag
ventolera bui; regenbui rukwind; valwind; windstoot; windvlaag
viento racheado bui; regenbui rukwind; valwind; windstoot; windvlaag
- stemming

Related Words for "bui":


Synonyms for "bui":


Related Definitions for "bui":

  1. regen, sneeuw of hagel die valt1
    • we moesten schuilen voor de bui1
  2. bepaald tijdelijk gevoel1
    • hij was in een vrolijke bui1

Wiktionary Translations for bui:


Cross Translation:
FromToVia
bui mal genio; mal humor mood — bad mood
bui chubasco shower — brief fall of rain
bui tormenta; tempestad; temporal storm — disturbed state of the atmosphere
bui chubasco; chaparrón SchauerRegenschauer: kurzer, heftiger Niederschlag analog: Schneeschauer
bui aguacero gibouléepluie soudaine, de courte durée, et quelquefois mêlée de grêle ou de neige.