Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. bouwland:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for bouwland from Dutch to Spanish

bouwland:

bouwland [het ~] nomen

  1. het bouwland (akker; veld; grond)
    el campo; la tierra; la tierra de cultivo; el base; el terreno; el pedazo de tierra

Translation Matrix for bouwland:

NounRelated TranslationsOther Translations
base akker; bouwland; grond; veld achterban; base; basis; basisbeginsel; basislijn; beginsel; eerste laag verf; fundament; fundering; grondbeginsel; grondbegrip; grondgedachte; grondlaag; grondlijn; grondmuur; grondregel; grondslag; grondstelling; grondverf; grondvlak; hoeksteen; honk; ondergrond; onderlaag; onderstuk; principe; startpunt; steunpunt; steunstation; thuisbasis; uitgangspunt; uitgangsvorm; veronderstelling; vertrekpunt; woonplaats
campo akker; bouwland; grond; veld bouwterrein; emplacement; gebied; gevecht; gras; grasmat; kamp; kavel; land; landschap; legerplaats; mat; perceel; platteland; rayon; rayon van een bedrijf; strijd; terrein; veld; worsteling
pedazo de tierra akker; bouwland; grond; veld
terreno akker; bouwland; grond; veld aarde; aardkorst; bodem; bodemoppervlak; bouwterrein; district; emplacement; gebied; gebiedsdeel; grond; kavel; perceel; stuk land; terrein
tierra akker; bouwland; grond; veld aarde; aardkorst; bodem; bodemoppervlak; compost; droge; grond; land; landmassa; landschap; pootaarde; stadswal; teelaarde; veste; vloer; wereld
tierra de cultivo akker; bouwland; grond; veld voedingsbodem
Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
base houder

Related Words for "bouwland":


Wiktionary Translations for bouwland:

bouwland
noun
  1. voor de akkerbouw gebruikt of geschikt land.