Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. beroep doen op:


Dutch

Detailed Translations for beroep doen op from Dutch to Spanish

beroep doen op:

beroep doen op [znw.] nomen

  1. beroep doen op
    la apelación

beroep doen op verb (doe beroep op, doet beroep op, deed beroep op, deden beroep op, beroep gedaan op)

  1. beroep doen op

Conjugations for beroep doen op:

o.t.t.
  1. doe beroep op
  2. doet beroep op
  3. doet beroep op
  4. doen beroep op
  5. doen beroep op
  6. doen beroep op
o.v.t.
  1. deed beroep op
  2. deed beroep op
  3. deed beroep op
  4. deden beroep op
  5. deden beroep op
  6. deden beroep op
v.t.t.
  1. heb beroep gedaan op
  2. hebt beroep gedaan op
  3. heeft beroep gedaan op
  4. hebben beroep gedaan op
  5. hebben beroep gedaan op
  6. hebben beroep gedaan op
v.v.t.
  1. had beroep gedaan op
  2. had beroep gedaan op
  3. had beroep gedaan op
  4. hadden beroep gedaan op
  5. hadden beroep gedaan op
  6. hadden beroep gedaan op
o.t.t.t.
  1. zal beroep doen op
  2. zult beroep doen op
  3. zal beroep doen op
  4. zullen beroep doen op
  5. zullen beroep doen op
  6. zullen beroep doen op
o.v.t.t.
  1. zou beroep doen op
  2. zou beroep doen op
  3. zou beroep doen op
  4. zouden beroep doen op
  5. zouden beroep doen op
  6. zouden beroep doen op
diversen
  1. doe beroep op!
  2. doet beroep op!
  3. beroep gedaan op
  4. beroep doend op
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for beroep doen op:

NounRelated TranslationsOther Translations
apelación beroep doen op ambacht; appel; appèl; beroep juridisch; inroeping; métier; naamafroeping; stiel; vak
VerbRelated TranslationsOther Translations
apelar a beroep doen op

Related Translations for beroep doen op