Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. bas:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for bas from Dutch to Spanish

bas:

bas [de ~ (m)] nomen

  1. de bas (contrabas)
    el bajo; el contrabajo

Translation Matrix for bas:

NounRelated TranslationsOther Translations
bajo bas; contrabas zandbank; zandplaat; zandschol
contrabajo bas; contrabas basviool; vioolbas
ModifierRelated TranslationsOther Translations
bajo achterbaks; arm; armetierig; banaal; berooid; boefachtig; boosaardig; doortrapt; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; grof; in het geniep; inferieur; klein; laag; laag-bij-de-grond; laaghangend; laaghartig; leep; listig; lomp; minderwaardig; niet boven; niet hoog; onder; ondermaats; ondeugdelijk; onedel; ordinair; plat; platvloers; ploertig; pover; schunnig; schurkachtig; slecht; slinks; sluw; snood; stiekem; triviaal; tweederangs; uitgekookt; vals; van geringe afmeting; vulgair; vunzig; zwak

Related Words for "bas":

  • bassen, basen

Wiktionary Translations for bas:

bas
noun
  1. het instrument dat doorgaans de laagste stem speelt

Cross Translation:
FromToVia
bas bajo bass — low spectrum of sound
bas bajo bass — singer
bas bajo bass — musical instrument
bas bajo; guitarra baja bass guitar — stringed musical instrument