English

Detailed Translations for chase from English to Dutch

chase:

to chase verb (chases, chased, chasing)

  1. to chase (pursue; persecute; haunt; run after)
    achtervolgen; achternazitten; volgen; nazitten
    • achtervolgen verb (achtervolg, achtervolgt, achtervolgde, achtervolgden, achtervolgd)
    • achternazitten verb (zit achterna, zat achterna, zaten achterna, achternagezeten)
    • volgen verb (volg, volgt, volgde, volgden, gevolgd)
    • nazitten verb (zit na, zat na, zaten na, nagezeten)
  2. to chase
    jachten; ophitsen; voortjagen; opjagen; opdrijven
    • jachten verb (jacht, jachtte, jachtten, gejacht)
    • ophitsen verb (hits op, hitst op, hitste op, hitsten op, opgehitst)
    • voortjagen verb (jaag voort, jaagt voort, joeg voort, joegen voort, voortgejaagd)
    • opjagen verb (jaag op, jaagt op, jaagde op, jaagden op, opgejaagd)
    • opdrijven verb (drijf op, drijft op, dreef op, dreven op, opgedreven)
  3. to chase (strive after; pursue; persecute; aim for; haunt)
    nastreven; vervolgen; najagen; trachten te verkrijgen
    • nastreven verb (streef na, streeft na, streefde na, streefden na, nagestreefd)
    • vervolgen verb (vervolg, vervolgt, vervolgde, vervolgden, vervolgd)
    • najagen verb (jaag na, jaagt na, joeg na, joegen na, nagejaagd)
  4. to chase (run after; follow; pursue; )
    volgen; achternagaan; nalopen; achternalopen
    • volgen verb (volg, volgt, volgde, volgden, gevolgd)
    • achternagaan verb (ga achterna, gaat achterna, ging achterna, gingen achterna, achternagegaan)
    • nalopen verb (loop na, loopt na, liep na, liepen na, nagelopen)
    • achternalopen verb (loop achterna, loopt achterna, liep achterna, liepen achterna, achternagelopen)

Conjugations for chase:

present
  1. chase
  2. chase
  3. chases
  4. chase
  5. chase
  6. chase
simple past
  1. chased
  2. chased
  3. chased
  4. chased
  5. chased
  6. chased
present perfect
  1. have chased
  2. have chased
  3. has chased
  4. have chased
  5. have chased
  6. have chased
past continuous
  1. was chasing
  2. were chasing
  3. was chasing
  4. were chasing
  5. were chasing
  6. were chasing
future
  1. shall chase
  2. will chase
  3. will chase
  4. shall chase
  5. will chase
  6. will chase
continuous present
  1. am chasing
  2. are chasing
  3. is chasing
  4. are chasing
  5. are chasing
  6. are chasing
subjunctive
  1. be chased
  2. be chased
  3. be chased
  4. be chased
  5. be chased
  6. be chased
diverse
  1. chase!
  2. let's chase!
  3. chased
  4. chasing
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

chase [the ~] nomen

  1. the chase (pursuit; persecution)
    de achtervolging

Translation Matrix for chase:

NounRelated TranslationsOther Translations
achtervolgen following; pursuing; tailing
achtervolging chase; persecution; pursuit
najagen aiming for; seeking after
nastreven aiming for; seeking after
ophitsen incitement; instigation; stirring up
volgen following; pursuing; tailing
- following; pursual; pursuit
VerbRelated TranslationsOther Translations
achternagaan chase; ensue; follow; go after; pursue; run after; track
achternalopen chase; ensue; follow; go after; pursue; run after; track
achternazitten chase; haunt; persecute; pursue; run after
achtervolgen chase; haunt; persecute; pursue; run after
jachten chase hasten; hurry; hurry up; hustle; rush; storm
najagen aim for; chase; haunt; persecute; pursue; strive after
nalopen chase; ensue; follow; go after; pursue; run after; track
nastreven aim for; chase; haunt; persecute; pursue; strive after
nazitten chase; haunt; persecute; pursue; run after
opdrijven chase force up; puff up; push on
ophitsen chase badger; bait; give rise to; incite; instigate; needle; provoke; stir up
opjagen chase hasten; hurry; move it; rush
trachten te verkrijgen aim for; chase; haunt; persecute; pursue; strive after
vervolgen aim for; chase; haunt; persecute; pursue; strive after adjudicate; bring action against; carry on; condemn; continue; get on; go on; go through with it; hold on; judge; keep on; keep up; let last; move on; persist; proceed; prosecute; pursue the subject; sentence; try
volgen chase; ensue; follow; go after; haunt; persecute; pursue; run after; track accompany; chaperon; come along with; conduct; escort; follow; imitate; walk along; watch
voortjagen chase push on
- chamfer; chase after; dog; furrow; give chase; go after; tag; tail; track; trail
OtherRelated TranslationsOther Translations
- search

Related Words for "chase":

  • chasing, chases

Synonyms for "chase":


Related Definitions for "chase":

  1. the act of pursuing in an effort to overtake or capture1
  2. a rectangular metal frame used in letterpress printing to hold together the pages or columns of composed type that are printed at one time1
  3. cut a furrow into a columns1
  4. cut a groove into1
    • chase silver1
  5. go after with the intent to catch1
    • The policeman chased the mugger down the alley1
    • the dog chased the rabbit1
  6. pursue someone sexually or romantically1

Wiktionary Translations for chase:

chase
verb
  1. to pursue, to follow at speed
noun
  1. action of the verb "to chase"
  2. country estate
chase
verb
  1. (overgankelijk) achter iets aanzitten

Cross Translation:
FromToVia
chase jacht Jagdübertragen, vor allem auch in Zusammensetzungen: die Verfolgung, Aufklärung
chase jacht maken op; jagen; bejagen chasser — Traductions à trier suivant le sens
chase drijven; aandrijven; opjagen; voortdrijven pourchasserpoursuivre ou rechercher avec obstination, avec ardeur.
chase najagen; narennen; achtervolgen; vervolgen; drijven; aandrijven; opjagen; voortdrijven poursuivresuivre quelqu’un avec application, avec ardeur, courir après quelqu’un dans le dessein de l’atteindre, de le prendre.
chase douwen; dringen; duwen; stoten; aanduwen; drijven; aandrijven; opjagen; voortdrijven pousser — Faire pression contre quelqu’un ou contre quelque chose, pour le déplacer ou l’ôter de sa place.

Related Translations for chase