Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. stuwdruk:


Dutch

Detailed Translations for stuwdruk from Dutch to Swedish

stuwdruk:

stuwdruk [de ~ (m)] nomen

  1. de stuwdruk
    utfall; anfall; stöt; angrepp; knuff

Translation Matrix for stuwdruk:

NounRelated TranslationsOther Translations
anfall stuwdruk beslagleggingen; offensieven; stormaanvallen
angrepp stuwdruk aanrandingen; bestormingen; offensieven
knuff stuwdruk buzzer; hengst; klap; lel; mep; muilpeer; opdonder; opduvel; oplawaai; opstopper; peut; stoot
stöt stuwdruk bons; duw; duwtje; geschok; geschud; hengst; hobbeling; klap; lel; mep; muilpeer; opdonder; opduvel; oplawaai; opstopper; peut; pof; por; stoot; stootje; zet
utfall stuwdruk afloop; ontknopingen
OtherRelated TranslationsOther Translations
stöt botsing