Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. snee:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for snee from Dutch to Swedish

snee:

snee [de ~] nomen

  1. de snee (boterham; sneetje; plak brood)
  2. de snee (inkeping; insnijding; jaap; snede)
  3. de snee (snijwond; snede)
    sår; skärsår; inskärning

Translation Matrix for snee:

NounRelated TranslationsOther Translations
brödbit boterham; plak brood; snee; sneetje
brödskiva boterham; plak brood; snee; sneetje
inskuren inkeping; insnijding; jaap; snede; snee
inskärning snede; snee; snijwond inkerving; keep; kerfsnede; sneetje; snijwondje; soort vink
skärsår snede; snee; snijwond
sår snede; snee; snijwond blessure; kwetsuren; kwetsuur; letsel; verwonding; verwondingen; wond; wonden; zeer

Related Words for "snee":


Wiktionary Translations for snee:


Cross Translation:
FromToVia
snee skärsår cut — opening resulting from cutting
snee hugg; ärr balafre — Longue entaille, plaie faite particulièrement au visage.