Dutch

Detailed Translations for opgeruimd from Dutch to Swedish

opgeruimd:


Translation Matrix for opgeruimd:

NounRelated TranslationsOther Translations
munter opgewektheid
ordnat bepalen; beschikken; ordenen; schikken; verordenen; voorschrijven
ren rendier
städat netheid; properheid
ModifierRelated TranslationsOther Translations
arrangerat gerangschikt; opgeruimd; ordelijk georganiseerd; geregeld
munter blij; blijgeestig; blijmoedig; dartel; fideel; fleurig; geestig; jolig; kleurig; kwiek; levendig; lustig; monter; opgeruimd; opgetogen; opgewekt; uitgelaten; vrolijk; wakker; welgemoed; zonnig bengelachtig; blijmoedig; guitig; kwajongensachtig; ondeugend; opgewekt; schalkachtig; schalks; schelmachtig; schelms; snaaks; spotachtig; vrolijk
muntert blij; blijgeestig; blijmoedig; dartel; fideel; fleurig; geestig; jolig; kleurig; kwiek; levendig; lustig; monter; opgeruimd; opgetogen; opgewekt; uitgelaten; vrolijk; wakker; welgemoed; zonnig bengelachtig; blijmoedig; guitig; kwajongensachtig; ondeugend; opgetogen; opgewekt; schalkachtig; schalks; schelmachtig; schelms; snaaks; spotachtig; vrolijk
ordnad gerangschikt; opgeruimd; ordelijk
ordnat gerangschikt; opgeruimd; ordelijk; ordelijk gemaakt bewerkstelligd; geordend; georganiseerd; geregeld
ren netjes; opgeruimd; ordelijk; schoon deugdzaam; eerzaam; gaaf; gekuist; gereinigd; kuis; louter; maagdelijk; net; netjes; onaangeraakt; onbevlekt; ongerept; onschuldig; onvermengd; onversneden; proper; pure; puur; rein; schoon; virginaal; zedig; zedig gemaakt; zuiver; zuivere
snygg och prydligt opgeruimd; ordelijk gemaakt
snyggt och prydligt opgeruimd; ordelijk gemaakt
städad gerangschikt; opgeruimd; ordelijk gekuist; gereinigd; keurig; netjes; proper; zorgvuldig; zuiver
städat gerangschikt; netjes; opgeruimd; ordelijk; schoon gekuist; gereinigd; keurig; netjes; proper; sec; zorgvuldig; zuiver

Related Words for "opgeruimd":


Wiktionary Translations for opgeruimd:


Cross Translation:
FromToVia
opgeruimd glad bright — happy

opgeruimd form of opruimen:

opruimen verb (ruim op, ruimt op, ruimde op, ruimden op, opgeruimd)

  1. opruimen (afruimen; afdekken)
    duka av
    • duka av verb (dukar av, dukade av, dukat av)
  2. opruimen (bergen)
    rena; rensa; rengöra; rensa bort
    • rena verb (renar, renade, renat)
    • rensa verb (rensar, rensade, rensat)
    • rengöra verb (rengör, rengjorde, rengjort)
    • rensa bort verb (rensar bort, rensade bort, rensat bort)
  3. opruimen (uitmesten; schoonmaken; reinigen; uitruimen)
    städa ur
    • städa ur verb (städar ur, städade ur, städat ur)

Conjugations for opruimen:

o.t.t.
  1. ruim op
  2. ruimt op
  3. ruimt op
  4. ruimen op
  5. ruimen op
  6. ruimen op
o.v.t.
  1. ruimde op
  2. ruimde op
  3. ruimde op
  4. ruimden op
  5. ruimden op
  6. ruimden op
v.t.t.
  1. heb opgeruimd
  2. hebt opgeruimd
  3. heeft opgeruimd
  4. hebben opgeruimd
  5. hebben opgeruimd
  6. hebben opgeruimd
v.v.t.
  1. had opgeruimd
  2. had opgeruimd
  3. had opgeruimd
  4. hadden opgeruimd
  5. hadden opgeruimd
  6. hadden opgeruimd
o.t.t.t.
  1. zal opruimen
  2. zult opruimen
  3. zal opruimen
  4. zullen opruimen
  5. zullen opruimen
  6. zullen opruimen
o.v.t.t.
  1. zou opruimen
  2. zou opruimen
  3. zou opruimen
  4. zouden opruimen
  5. zouden opruimen
  6. zouden opruimen
en verder
  1. ben opgeruimd
  2. bent opgeruimd
  3. is opgeruimd
  4. zijn opgeruimd
  5. zijn opgeruimd
  6. zijn opgeruimd
diversen
  1. ruim op!
  2. ruimt op!
  3. opgeruimd
  4. opruimend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

opruimen

  1. opruimen

Translation Matrix for opruimen:

NounRelated TranslationsOther Translations
rensa schoonmaakbeurt; wegruimen
VerbRelated TranslationsOther Translations
duka av afdekken; afruimen; opruimen afruimen
rena bergen; opruimen
rengöra bergen; opruimen afspoelen; reinigen; schoon maken; schoonmaken; schoonpoetsen; zuiveren
rensa bergen; opruimen in zedelijk opzicht zuiveren; klaren; kuisen; leeghalen; louteren; opschonen; plunderen; reinigen; uitknijpen; uitpersen; uitzuigen; verrekenen
rensa bort bergen; opruimen
städa ur opruimen; reinigen; schoonmaken; uitmesten; uitruimen
Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
Rensa opruimen
rensa Opschonen

Wiktionary Translations for opruimen:


Cross Translation:
FromToVia
opruimen städa upp; städa aufräumenOrdnung schaffen
opruimen undanröja; avlägsna; ta bort beseitigen — etwas beiseite schaffen; etwas entfernen
opruimen inreda réglertirer avec la règle des lignes droites sur du papier, du parchemin, du carton, etc. cf|papier réglé.