Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. heerschap:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for heerschap from Dutch to Swedish

heerschap:

heerschap [het ~] nomen

  1. het heerschap (sujet; vent)
    pojke; prick; karl; grabb

Translation Matrix for heerschap:

NounRelated TranslationsOther Translations
grabb heerschap; sujet; vent goser; gozer; joch; jonge knaap; jongeling; jongeman; kerel; knakker; knul; snuiter; vent
karl heerschap; sujet; vent gast; gozer; kerel; knakker; knul; man; vent
pojke heerschap; sujet; vent jonge knaap; jongeling; jongeman
prick heerschap; sujet; vent spikkel

Related Words for "heerschap":

  • heerschappen

Wiktionary Translations for heerschap:


Cross Translation:
FromToVia
heerschap herravälde; hegemoni hegemony — domination, influence, or authority over another
heerschap regering reign — The exercise of sovereign power