Dutch

Detailed Translations for drukte from Dutch to Swedish

drukte:

drukte [de ~ (v)] nomen

  1. de drukte (toeloop; toevloed; gedrang)
    flöde; brådska; ståhej; liv; väsen; rusning
  2. de drukte (grote menigte; veel mensen; toeloop)
    folkmassa
  3. de drukte (krakeel; heisa)
    bråk; tjafs; krakel
  4. de drukte (kouwe drukte)
  5. de drukte (kouwe drukte; ophef; rumoer)
    bråk; väsen; uppståndelse; tjafs
  6. de drukte (gedoe; omhaal)
  7. de drukte (teveel aan bezigheden)
  8. de drukte (tumult; pandemonium; opschudding; )
    rabalder; tumult
  9. de drukte (levendigheid; vrolijkheid; opgewektheid)
    livlighet

Translation Matrix for drukte:

NounRelated TranslationsOther Translations
brådska drukte; gedrang; toeloop; toevloed gauwigheid; gebrom; gehaastheid; gemurmel; geroezemoes; haast; haastigheid; ijl; overijling; spoed
bråk drukte; heisa; kouwe drukte; krakeel; ophef; rumoer gevechten; stennis; vechtpartijen
flöde drukte; gedrang; toeloop; toevloed doorspoeling; doorvloeiing; route; stroom; stroomdimensielid
folkmassa drukte; grote menigte; toeloop; veel mensen drom; groep mensen; massa; menigte; mensenmassa; troep; volksmenigte
krakel drukte; heisa; krakeel
liv drukte; gedrang; toeloop; toevloed bestaan; bestendigheid; duurzaamheid; existentie; geharrewar; leven; levens; leventje; stampei; tamtam; zijn
liv och rörelse drukte; gedoe; omhaal
livlighet drukte; levendigheid; opgewektheid; vrolijkheid beweeglijkheid; dartelheid; kwiekheid; levendigheid; ongedurigheid; speelsheid
onödigt besvär drukte; kouwe drukte
rabalder beroering; drukte; geraas; heibel; heksenketel; lawaai; leven; opschudding; pandemonium; rumoer; tumult deining; ophef; oproer; opstand; opstootje; rel; volksoproer; vuistgevecht
rusning drukte; gedrang; toeloop; toevloed runs; stormlopen
ståhej drukte; gedrang; toeloop; toevloed
tjafs drukte; heisa; kouwe drukte; krakeel; ophef; rumoer geklooi; gerommel; gerotzooi
tryck utav aktivitäter drukte; teveel aan bezigheden
tumult beroering; drukte; geraas; heibel; heksenketel; lawaai; leven; opschudding; pandemonium; rumoer; tumult deining; gedruis; herrie; kabaal; lawaai; leven; luidruchtigheid; ophef; oploop; oproer; opschudding; opstand; opstootje; opzien; rel; rumoer; sensatie; spektakel; stampei; tamtam; tumult; verwarring; volksoproer; vuistgevecht
uppståndelse drukte; kouwe drukte; ophef; rumoer deining; geharrewar; ophef
väsen drukte; gedrang; kouwe drukte; ophef; rumoer; toeloop; toevloed deining; ophef; oproer; opstand; opstootje; rel; volksoproer; vuistgevecht
VerbRelated TranslationsOther Translations
brådska ijlen; jachten; jagen; jakkeren; opschieten; reppen; snellen; spoeden; vliegen; zich haasten; zich spoeden

Wiktionary Translations for drukte:


Cross Translation:
FromToVia
drukte trängsel; mängd throng — group of people

drukte form of drukken:

drukken verb (druk, drukt, drukte, drukten, gedrukt)

  1. drukken (knellen)
    krama; klämma; nypa
    • krama verb (kramar, kramade, kramat)
    • klämma verb (klämmer, klämmde, klämmt)
    • nypa verb (nypar, nypade, nypat)

Conjugations for drukken:

o.t.t.
  1. druk
  2. drukt
  3. drukt
  4. drukken
  5. drukken
  6. drukken
o.v.t.
  1. drukte
  2. drukte
  3. drukte
  4. drukten
  5. drukten
  6. drukten
v.t.t.
  1. heb gedrukt
  2. hebt gedrukt
  3. heeft gedrukt
  4. hebben gedrukt
  5. hebben gedrukt
  6. hebben gedrukt
v.v.t.
  1. had gedrukt
  2. had gedrukt
  3. had gedrukt
  4. hadden gedrukt
  5. hadden gedrukt
  6. hadden gedrukt
o.t.t.t.
  1. zal drukken
  2. zult drukken
  3. zal drukken
  4. zullen drukken
  5. zullen drukken
  6. zullen drukken
o.v.t.t.
  1. zou drukken
  2. zou drukken
  3. zou drukken
  4. zouden drukken
  5. zouden drukken
  6. zouden drukken
diversen
  1. druk!
  2. drukt!
  3. gedrukt
  4. drukkend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

drukken [het ~] nomen

  1. het drukken (afdrukken)
    tryck; utgåva

Translation Matrix for drukken:

NounRelated TranslationsOther Translations
klämma klamp; klem; klemhaak; koeklauw; kram; krammetje
krama geminnekoos; gevrij; vrijerij
nypa afsnoepen; kneep; knijpen
tryck afdrukken; drukken afdruk; bedrukking; benadrukking; druk; drukking; drukwerk; dwang; gedrukt stuk; pressie; print
utgåva afdrukken; drukken afgifte; aflevering; editie; uitdeling; uitgaaf; uitgave; uitgifte; uitreiking; verstrekking
VerbRelated TranslationsOther Translations
klämma drukken; knellen dichtknijpen; knellen; persen; strak zitten
krama drukken; knellen dichtknijpen; knellen; knuffelen; kozen; liefkozen; omarmen; omhelzen; omstrengelen; strak zitten
nypa drukken; knellen achteroverdrukken; gappen; inpikken; jatten; knellen; ontvreemden; pikken; stelen; strak zitten; vastknijpen; verdonkeremanen; vervreemden; wegkapen; wegpikken
- poepen
ModifierRelated TranslationsOther Translations
tryck bedrukt; gedrukt; met een opdruk

Related Words for "drukken":


Synonyms for "drukken":

  • poepen

Related Definitions for "drukken":

  1. er (met kracht) op duwen1
    • Milo drukt op de knop1
  2. er een of meer exemplaren van maken1
    • het boek wordt gedrukt1
  3. niet doen wat je moet doen1
    • hij drukt zich altijd bij vervelende karweitjes1
  4. onverteerd voedsel door je anus naar buiten laten komen1
    • hij zat net te drukken toen de telefoon ging1

Wiktionary Translations for drukken:


Cross Translation:
FromToVia
drukken trycka press — to apply pressure
drukken trycka print — to copy something on a surface, especially by machine
drukken klämma; krama squeeze — to apply pressure to from two or more sides at once
drukken klämma; tränga squeeze — to fit into a tight place
drukken trycka imprimerfaire ou laisser une empreinte sur quelque chose, y marquer des traits, une figure.
drukken trycka presserexercer une pression, serrer plus ou moins fort.
drukken trycka serrer — Renfermer, ranger, mettre en lieu sûr, à l’abri. (Sens général).

Related Translations for drukte