Dutch

Detailed Translations for terechtkomen from Dutch to French

terechtkomen:

terechtkomen verb (kom terecht, komt terecht, kwam terecht, kwamen terecht, terechtgekomen)

  1. terechtkomen (belanden; geraken; verzeilen)
    aboutir à; tomber dans; arriver; se retrouver
    • aboutir à verb
    • arriver verb (arrive, arrives, arrivons, arrivez, )
  2. terechtkomen (treffen; raken)
    atterrir; atteindre; se retrouver; aboutir à; aborder; tomber dans; arriver à
    • atterrir verb (atterris, atterrit, atterrissons, atterrissez, )
    • atteindre verb (atteins, atteint, atteignons, atteignez, )
    • aboutir à verb
    • aborder verb (aborde, abordes, abordons, abordez, )
    • arriver à verb
  3. terechtkomen (landen; neerkomen; op de grond komen)
    se retrouver; aterrir dans; se poser; arriver dans; descendre; tomber; échouer; se poser à terre
    • se poser verb
    • descendre verb (descends, descend, descendons, descendez, )
    • tomber verb (tombe, tombes, tombons, tombez, )
    • échouer verb (échoue, échoues, échouons, échouez, )

Conjugations for terechtkomen:

o.t.t.
  1. kom terecht
  2. komt terecht
  3. komt terecht
  4. komen terecht
  5. komen terecht
  6. komen terecht
o.v.t.
  1. kwam terecht
  2. kwam terecht
  3. kwam terecht
  4. kwamen terecht
  5. kwamen terecht
  6. kwamen terecht
v.t.t.
  1. ben terechtgekomen
  2. bent terechtgekomen
  3. is terechtgekomen
  4. zijn terechtgekomen
  5. zijn terechtgekomen
  6. zijn terechtgekomen
v.v.t.
  1. was terechtgekomen
  2. was terechtgekomen
  3. was terechtgekomen
  4. waren terechtgekomen
  5. waren terechtgekomen
  6. waren terechtgekomen
o.t.t.t.
  1. zal terechtkomen
  2. zult terechtkomen
  3. zal terechtkomen
  4. zullen terechtkomen
  5. zullen terechtkomen
  6. zullen terechtkomen
o.v.t.t.
  1. zou terechtkomen
  2. zou terechtkomen
  3. zou terechtkomen
  4. zouden terechtkomen
  5. zouden terechtkomen
  6. zouden terechtkomen
diversen
  1. kom terecht!
  2. komt terecht!
  3. terechtgekomen
  4. terechtkomend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

terechtkomen [znw.] nomen

  1. terechtkomen (landing; val)

Translation Matrix for terechtkomen:

NounRelated TranslationsOther Translations
arriver plaatsvinden
arrivée à bon port landing; terechtkomen; val
arrivée à destination landing; terechtkomen; val
arrivée à l'endroit voulu landing; terechtkomen; val
atterrissage landing; terechtkomen; val afdaling; daling; landing
descente landing; terechtkomen; val afdalen; afdaling; afklimmen; afname; afstijgen; daling; landing; laten zakken; minder worden; neerlaten; terugloop; val
VerbRelated TranslationsOther Translations
aborder raken; terechtkomen; treffen aankaarten; aanknopen; aanleggen; aanmeren; aanroepen; aansnijden; aanvoeren; aflopen; afmeren; een voorstel doen; entameren; enteren; gesprek aanknopen; meren; naar voren brengen; naderen; op tafel leggen; openen; opmerken; opperen; opwerpen; praaien; starten; te berde brengen; tegemoetkomen; ter sprake brengen; toenaderen; toeroepen; vastbinden; vastleggen; vastmaken; vastmeren; vergaan; verlopen; verstrijken; vertellen; vervallen; verwoorden; voorbijgaan; zeggen
aboutir à belanden; geraken; raken; terechtkomen; treffen; verzeilen aansturen; aflopen; eindigen op; resultaat; resulteren; tot gevolg hebben; uitdraaien op iets; uitkomen bij; uitkomen op; uitlopen; uitmonden; uitpakken; uitvloeien in; vergaan; verlopen; verstrijken; vervallen; voorbijgaan
arriver belanden; geraken; terechtkomen; verzeilen aankomen; aflopen; arriveren; bedingen; bekruipen; bewerkstelligen; eindigen; finishen; fixen; gebeuren; geschieden; het gevoel krijgen; in aantocht zijn; klaarspelen; lappen; opdagen; opduiken; opkomen; overkomen; overmannen; overmeesteren; overwaaien; overweldigen; passeren; plaats hebben; plaats vinden; plaatsvinden; snel komen; vergaan; verlopen; verschijnen; verstrijken; vervallen; voor elkaar krijgen; voorbijgaan; voorbijtrekken; voordoen; voorvallen; zich aandienen; zich meester maken van; zich voordoen
arriver dans landen; neerkomen; op de grond komen; terechtkomen
arriver à raken; terechtkomen; treffen aflopen; bedingen; bewerkstelligen; bolwerken; ertoe komen; fixen; klaarspelen; komen tot; lappen; reiken; vergaan; verlopen; verstrijken; vervallen; voor elkaar krijgen; voorbijgaan
aterrir dans landen; neerkomen; op de grond komen; terechtkomen
atteindre raken; terechtkomen; treffen aangaan; aankomen; aflopen; arriveren; behalen; bereiken; beroeren; betreffen; doordringen; komen tot; ontroeren; penetreren in; raken; reiken; resulteren; slaan op; treffen; uitkomen bij; uitvloeien in; vergaan; verkrijgen; verlopen; verstrijken; vervallen; voorbijgaan; winnen
atterrir raken; terechtkomen; treffen aankomen op vliegveld; afdalen; aflopen; landen; naar beneden dalen; naar beneden komen; neerdalen; neerkomen; omlaagkomen; vergaan; verlopen; verstrijken; vervallen; voorbijgaan
descendre landen; neerkomen; op de grond komen; terechtkomen afdalen; afklimmen; afkomen; aflopen; afmaken; afrijden; afstappen; afstijgen; afzetten; dalen; doden; doodmaken; doodschieten; doodslaan; doodvonnis uitvoeren; eraf klimmen; eraf rijden; erafklimmen; executeren; inkrimpen; kleiner worden; lager worden; laten uitstappen; liquideren; naar beneden brengen; naar beneden dragen; naar beneden gaan; naar beneden klimmen; naar beneden lopen; naar beneden rijden; naar beneden tillen; naarbeneden glijden; neer laten zakken; neerbrengen; neergaan; neerhalen; neersabelen; neerschieten; om het leven brengen; ombrengen; omlaag gaan; omlaag klauteren; omlaagbrengen; omlaagdragen; omlaaggaan; omlaagklauteren; omlaagrijden; omlaagstappen; omlaagtillen; overhoopschieten; schieten op; slinken; van kant maken; vergaan; verlopen; vermoorden; verstrijken; vervallen; voorbijgaan
se poser landen; neerkomen; op de grond komen; terechtkomen
se poser à terre landen; neerkomen; op de grond komen; terechtkomen
se retrouver belanden; geraken; landen; neerkomen; op de grond komen; raken; terechtkomen; treffen; verzeilen aflopen; vergaan; verlopen; verstrijken; vervallen; voorbijgaan
tomber landen; neerkomen; op de grond komen; terechtkomen afdalen; afhangen; buitelen; doen neerstorten; duikelen; eraf vallen; flikkeren; hangen; kelderen; kiepen; kieperen; landen; naar beneden dalen; naar beneden donderen; naar beneden komen; naar beneden storten; naar beneden vallen; neerdalen; neerkomen; neerstorten; omlaagkomen; omlaagstorten; omlaagvallen; omrollen; omvallen; omvervallen; onderuitgaan; op zijn bek gaan; ten val komen; tuimelen; vallen; zakken
tomber dans belanden; geraken; raken; terechtkomen; treffen; verzeilen aflopen; vergaan; verlopen; verstrijken; vervallen; voorbijgaan
échouer landen; neerkomen; op de grond komen; terechtkomen afgaan; begeven; falen; flippen; floppen; in de puree lopen; misgaan; mislopen; mislukken; onderuitgaan; op zijn bek gaan; stranden; ten val komen; vallen; verkeerd lopen

Wiktionary Translations for terechtkomen:

terechtkomen
verb
  1. parvenir à destination. — note Sans complément, on sous-entend que la destination est le lieu où se tient le locuteur.

Cross Translation:
FromToVia
terechtkomen finir; se retrouver end up — arrive at a destination

External Machine Translations:

Related Translations for terechtkomen