Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. betrouwbaarheid:
  2. betrouwbaar:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for betrouwbaarheid from Dutch to French

betrouwbaarheid:

betrouwbaarheid [de ~ (v)] nomen

  1. de betrouwbaarheid (degelijkheid; soliditeit; deugdelijkheid; stevigheid)
    la fiabilité; la solidité; la fermeté; la bonne qualité
  2. de betrouwbaarheid (geloofwaardigheid)
    la crédibilité; la fiabilité; la plausibilité; la probabilité; la vraisemblance; la véracité
  3. de betrouwbaarheid
    la fiabilité

Translation Matrix for betrouwbaarheid:

NounRelated TranslationsOther Translations
bonne qualité betrouwbaarheid; degelijkheid; deugdelijkheid; soliditeit; stevigheid degelijkheid; deugd; deugdelijkheid; gedegenheid; goede kwaliteit
crédibilité betrouwbaarheid; geloofwaardigheid aannemelijkheid; plausibiliteit; waarschijnlijkheid
fermeté betrouwbaarheid; degelijkheid; deugdelijkheid; soliditeit; stevigheid beslistheid; dapperheid; fermheid; flinkheid; forsheid; gewisheid; hechtheid; koenheid; kordaatheid; kranigheid; moed; onomstotelijkheid; onverbrekelijkheid; onvermurwbaarheid; onversaagdheid; onwankelbaarheid; onwrikbaarheid; pertinentie; soliditeit; standvastigheid; stelligheid; stevigheid; vastberadenheid; vastheid; vastigheid; zekerheid
fiabilité betrouwbaarheid; degelijkheid; deugdelijkheid; geloofwaardigheid; soliditeit; stevigheid aannemelijkheid; degelijkheid; deugdelijkheid; deugdzaamheid; eerbaarheid; gedegenheid; goede kwaliteit; plausibiliteit; waarschijnlijkheid
plausibilité betrouwbaarheid; geloofwaardigheid aannemelijkheid; plausibiliteit; waarschijnlijkheid
probabilité betrouwbaarheid; geloofwaardigheid aannemelijkheid; plausibiliteit; waarschijnlijkheid
solidité betrouwbaarheid; degelijkheid; deugdelijkheid; soliditeit; stevigheid dapperheid; degelijkheid; deugdelijkheid; deugdzaamheid; dynamiek; eerbaarheid; energie; felheid; fermheid; fiksheid; gedegenheid; gehardheid; gestaaldheid; goede kwaliteit; hechtheid; koenheid; kracht; moed; onomstotelijkheid; onverbrekelijkheid; onversaagdheid; onwankelbaarheid; onwrikbaarheid; soliditeit; sterkte; stevigheid; stoerheid; vastheid
vraisemblance betrouwbaarheid; geloofwaardigheid aannemelijkheid; plausibiliteit; waarschijnlijkheid
véracité betrouwbaarheid; geloofwaardigheid aannemelijkheid; plausibiliteit; rasechtheid; waarheidszin; waarschijnlijkheid

Related Words for "betrouwbaarheid":


Wiktionary Translations for betrouwbaarheid:

betrouwbaarheid
noun
  1. Caractère de ce qui est fiable

Cross Translation:
FromToVia
betrouwbaarheid degré de confiance KonfidenzniveauStatistik: geometrischer Ort der Fehlerwahrscheinlichkeit bei einer Schätzung im Konfidenzintervall
betrouwbaarheid fiabilité reliability — quality of being reliable
betrouwbaarheid fiabilité; confiance trustworthiness — the state or quality of being trustworthy or reliable

betrouwbaarheid form of betrouwbaar:

betrouwbaar adj

  1. betrouwbaar (deugdelijk; degelijk)

Translation Matrix for betrouwbaar:

NounRelated TranslationsOther Translations
résistant verzetsstrijder
ModifierRelated TranslationsOther Translations
fiable betrouwbaar; degelijk; deugdelijk bedrijfszeker
robuste betrouwbaar; degelijk; deugdelijk behoorlijk; breed; danig; degelijk; duchtig; ferm; fiks; flink; fors; forse; grofgebouwd; kerngezond; potig; robuust; solide; sterk; stevig; stevig gebouwd; stoer; uit de kluiten gewassen; zeer gezond
résistant betrouwbaar; degelijk; deugdelijk bestand tegen; bestendig; degelijk; duurzame; hecht; opgewassen tegen; solide; stevig
solide betrouwbaar; degelijk; deugdelijk aannemelijk; behoorlijk; bestendig; danig; dapper; degelijk; degelijke; deugdelijk; doorwrocht; duchtig; ferm; fiks; flink; fors; gedegen; gefundeerd; gegrond; hecht; kordaat; logisch; moedig; moreel sterk; onderlegd; onveranderlijk; op goede gronden steunend; potig; robuust; solide; standvastig; steekhoudend; sterk; stevig; stevig gebouwd; stoer; van goede hoedanigheid

Related Words for "betrouwbaar":


Wiktionary Translations for betrouwbaar:

betrouwbaar
Cross Translation:
FromToVia
betrouwbaar assidu assiduous — hard-working, diligent
betrouwbaar fiable dependable — able to be depended on
betrouwbaar fiable; sûr reliable — fit to be relied on
betrouwbaar responsable responsible — able to be trusted
betrouwbaar fervent staunch — loyal, trustworthy, reliable, outstanding
betrouwbaar de confiance; digne de confiance trustworthy — reliable