Dutch

Detailed Translations for kortaf from Dutch to Spanish

kortaf:


Translation Matrix for kortaf:

NounRelated TranslationsOther Translations
bruto barbaar; boerenkinkel; brutale kerel; bruut; heikneuter; hork; hufter; kinkel; klootzak; lomperd; lomperik; oetlul; ongelikte beer; onmens; proleet; rabauw; sodemieter; vlegel; woesteling; wreedaard
Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
inhábil klungelig; links
ModifierRelated TranslationsOther Translations
aturdido bot; kortaf; zonder omhaal aanmatigend; daas; doezelig; dof; dorps; geesteloos; getroffen; mat; met de mond vol tanden; met open mond; onbeschaamd; onbeschoft; ongegeneerd; ongelikt; onthutst; ontsteld; overdonderd; overrompeld; overstuur; paf; perplex; respectloos; soezerig; sprakeloos; suf; verbaasd; verbijsterd; verblind; verbluft; verdwaasd; verstomd; versuft; verwonderd
brusco bot; bruusk; kortaf; korzelig; nors; onzacht; snauwend; wrevelig; zonder omhaal abrupt; agressief; bits; bitter teleurgesteld; bruusk; eensklaps; fel; felle; gewelddadig; hanig; hard; hardhandig; ineens; kattig; meedogenloos; onderdrukt; ongedacht; onverhoeds; onverwacht; onverwachts; onvriendelijk; onzacht; opeens; opgekropt; pinnig; plots; plotseling; plotsklaps; ruw; scherp; schielijk; snauwerig; snibbig; spinnig; verbeten; verbitterd; verkropt; vinnig; vlijmend; wreed
bruto bot; kortaf; zonder omhaal aanmatigend; aanstootgevend; aanstotelijk; agressief; banaal; barbaars; beestachtig; bot; bruto; bruut; dierlijk; dorps; gewelddadig; grof; inhumaan; laag-bij-de-grond; lomp; meedogenloos; monsterlijk; onbehouwen; onbeschaafd; onbeschaamd; onbeschoft; onbewerkt; ongegeneerd; ongelikt; onmenselijk; onopgevoed; plat; platvloers; respectloos; ruw; schunnig; triviaal; vunzig; wreed
cruel bot; kortaf; zonder omhaal barbaars; beestachtig; bruut; emotieloos; gevoelloos; hard; hardvochtig; harteloos; inhumaan; liefdeloos; meedogenloos; monsterlijk; onbarmhartig; ongenadig; ongevoelig; onmenselijk; wreed; zielloos
desafilado bot; kortaf; zonder omhaal bot; grof; grofgebouwd; lomp; onbehouwen; onbeschaafd; ongelikt; onopgevoed; onscherp; ruw
descortés bot; kortaf; zonder omhaal aanmatigend; aanstootgevend; aanstotelijk; boers; bot; hufterig; indiscreet; lomp; onbehoorlijk; onbehouwen; onbeleefd; onbeschaafd; onbeschaamd; onbescheiden; onbeschoft; ongegeneerd; ongemanierd; onhebbelijk; onheus; onhoffelijk; onopgevoed; onvriendelijk; respectloos
desmañado bot; kortaf; zonder omhaal aanmatigend; aanstootgevend; aanstotelijk; bot; dorps; gebrekkig; klungelig; knullig; krukkig; lomp; onbeholpen; onbehouwen; onbeschaafd; onbeschaamd; onbeschoft; ongegeneerd; onhandig; onopgevoed; respectloos; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelend; sukkelig
espetando kortaf; korzelig; snauwend; wrevelig
incivilizado bot; kortaf; zonder omhaal bot; lomp; onbehouwen; onbeschaafd; ongelikt; onopgevoed
inhábil bot; kortaf; zonder omhaal aanmatigend; dorps; gebrekkig; klungelig; knullig; krukkig; onbeholpen; onbeschaamd; onbeschoft; ongegeneerd; ongelikt; onhandig; respectloos; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelend; sukkelig
insolente bot; kortaf; zonder omhaal aanmatigend; aanstootgevend; aanstotelijk; arrogant; bot; dorps; hautain; honds; hooghartig; hoogmoedig; hovaardig; ijdel; ingebeeld; lomp; neerbuigend; onbehouwen; onbeschaafd; onbeschaamd; onbeschoft; ongegeneerd; ongelikt; onopgevoed; pretentieus; respectloos; uit de hoogte; verwaand; zelfgenoegzaam; zelfingenomen
irascible kortaf; korzelig; snauwend; wrevelig branderig; driftig; heetbloedig; heetgebakerd; heethoofdig; kregel; onprettig; ontstoken; ontvlamd; prikkelbaar
mal criado bot; kortaf; zonder omhaal bot; lomp; onbehouwen; onbeschaafd; ongelikt; onopgevoed
repentino bruusk; kortaf; nors; onzacht abrupt; bruusk; eensklaps; ineens; ongedacht; onverhoeds; onvermoed; onverwacht; onverwachts; onvoorzien; opeens; plots; plotseling; plotsklaps; schielijk
secamente bruusk; kortaf; nors; onzacht kortom; zonder omwegen
seco bruusk; kortaf; nors; onzacht bits; dor; droge; droog; kattig; onvriendelijk; opgedroogd; pinnig; snauwerig; snibbig; spinnig; verdord; vinnig

Wiktionary Translations for kortaf:


Cross Translation:
FromToVia
kortaf abrupto; brusco; cortante abrupt — curt in manner
kortaf escarpado; acantilado; brusco; desabrido; abrupto abrupt — Dont la pente est escarpée et comme rompre.
kortaf abrupto brusque — Qui agir par saccades violentes.
kortaf abrupto; tirante; rígido; escarpado; acantilado raide — Traductions à trier suivant le sens
kortaf cortado saccadé — Qui est brusque et irrégulier.
kortaf súbito; repentino; abrupto soudain — Qui est subit, prompt.

afkorten:

afkorten verb (kort af, kortte af, kortten af, afgekort)

  1. afkorten

Conjugations for afkorten:

o.t.t.
  1. kort af
  2. kort af
  3. kort af
  4. korten af
  5. korten af
  6. korten af
o.v.t.
  1. kortte af
  2. kortte af
  3. kortte af
  4. kortten af
  5. kortten af
  6. kortten af
v.t.t.
  1. heb afgekort
  2. hebt afgekort
  3. heeft afgekort
  4. hebben afgekort
  5. hebben afgekort
  6. hebben afgekort
v.v.t.
  1. had afgekort
  2. had afgekort
  3. had afgekort
  4. hadden afgekort
  5. hadden afgekort
  6. hadden afgekort
o.t.t.t.
  1. zal afkorten
  2. zult afkorten
  3. zal afkorten
  4. zullen afkorten
  5. zullen afkorten
  6. zullen afkorten
o.v.t.t.
  1. zou afkorten
  2. zou afkorten
  3. zou afkorten
  4. zouden afkorten
  5. zouden afkorten
  6. zouden afkorten
diversen
  1. kort af!
  2. kort af!
  3. afgekort
  4. afkortende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

afkorten [znw.] nomen

  1. afkorten
    el abreviar; el acortar

Translation Matrix for afkorten:

NounRelated TranslationsOther Translations
abreviar afkorten bekorten; inkorten; korter maken; verkorten
acortar afkorten
VerbRelated TranslationsOther Translations
abreviar afkorten achteruitgaan; afnemen; bekorten; declineren; inkorten; kort samenvatten; korten; korter maken; lager maken; minder worden; recapituleren; samenvatten; verkorten; verlagen
acortar bekorten; inkorten; korter maken; scheren; verkorten

Wiktionary Translations for afkorten:

afkorten
verb
  1. kortere versies voor veelgebruikte woorden of woordgroepen bedenken

Cross Translation:
FromToVia
afkorten abreviar abbreviate — to make shorter
afkorten abreviar abbreviierentransitiv, Linguistik: in Schrift und Druck abkürzen oder durch ein Zeichen ersetzen
afkorten resumir; abreviar; acortar abrégerrendre plus court.
afkorten abreviar; acortar raccourcirrendre plus court.