Dutch

Detailed Translations for doodschieten from Dutch to Spanish

doodschieten:

Conjugations for doodschieten:

o.t.t.
  1. schiet dood
  2. schiet dood
  3. schiet dood
  4. schieten dood
  5. schieten dood
  6. schieten dood
o.v.t.
  1. schoot dood
  2. schoot dood
  3. schoot dood
  4. schoten dood
  5. schoten dood
  6. schoten dood
v.t.t.
  1. heb doodgeschoten
  2. hebt doodgeschoten
  3. heeft doodgeschoten
  4. hebben doodgeschoten
  5. hebben doodgeschoten
  6. hebben doodgeschoten
v.v.t.
  1. had doodgeschoten
  2. had doodgeschoten
  3. had doodgeschoten
  4. hadden doodgeschoten
  5. hadden doodgeschoten
  6. hadden doodgeschoten
o.t.t.t.
  1. zal doodschieten
  2. zult doodschieten
  3. zal doodschieten
  4. zullen doodschieten
  5. zullen doodschieten
  6. zullen doodschieten
o.v.t.t.
  1. zou doodschieten
  2. zou doodschieten
  3. zou doodschieten
  4. zouden doodschieten
  5. zouden doodschieten
  6. zouden doodschieten
en verder
  1. ben doodgeschoten
  2. bent doodgeschoten
  3. is doodgeschoten
  4. zijn doodgeschoten
  5. zijn doodgeschoten
  6. zijn doodgeschoten
diversen
  1. schiet dood!
  2. schiet dood!
  3. doodgeschoten
  4. doodschietend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

doodschieten [znw.] nomen

  1. doodschieten (neerleggen; neerschieten)
    el tumbar; la caza; el derribar; el matar a tiros

Translation Matrix for doodschieten:

NounRelated TranslationsOther Translations
caza doodschieten; neerleggen; neerschieten jacht; jachtliefhebber; jachtrit; jagen; jager; najagen; nastreven; wild
derribar doodschieten; neerleggen; neerschieten
matar afknallen; doden; van kant maken
matar a tiros doodschieten; neerleggen; neerschieten
tumbar doodschieten; neerleggen; neerschieten
VerbRelated TranslationsOther Translations
abatir doodschieten; doodvonnis uitvoeren; executeren; om het leven brengen; ombrengen; vermoorden naar beneden duwen; neerhalen; neersabelen; neerschieten; omlaagdrukken; omlaagduwen; overhoopschieten
asesinar afknallen; afschieten; doodschieten; fusilleren afmaken; afslachten; doden; moorden; neerhalen; neersabelen; om het leven brengen; ombrengen; vermoorden
derribar afbreken; begeven; bomen kappen; breken; deponeren; dompen; flippen; hakken; houwen; iets afbreken; inhakken; inhouwen; kantelen; kappen; kiepen; leggen; naar beneden werpen; neerhalen; neerleggen; neersabelen; neerschieten; neerslaan; neerwerpen; neerzetten; omduwen; omgooien; omhakken; omkiepen; omkieperen; omlaag werpen; omslaan; omstoten; omver kiepen; omvergooien; omverhalen; omverrukken; omverstoten; omvertrekken; omverwerpen; omwerpen; onderuit halen; onderuithalen; overhoopschieten; plaatsen; ruineren; slopen; smijten; stationeren; ten val brengen; uit elkaar halen; uitgommen; uitroeien; uitvegen; uitvlakken; uitwissen; vellen; vernielen; vernietigen; verwoesten; vlakken; vloeren; wegvagen; wegvegen; wippen; wissen; zetten
ejecutar doodschieten; doodvonnis uitvoeren; executeren; om het leven brengen; ombrengen; vermoorden bedingen; bewerkstelligen; executeren; fixen; klaarspelen; lappen; ter dood brengen; terechtstellen; uitvoeren; voltrekken; volvoeren; voor elkaar krijgen
exterminar doodschieten; doodvonnis uitvoeren; executeren; om het leven brengen; ombrengen; vermoorden uitroeien; verdelgen
fusilar afknallen; afschieten; doodschieten; fusilleren fusilleren
hacer sentencia de muerte doodschieten; doodvonnis uitvoeren; executeren; om het leven brengen; ombrengen; vermoorden
matar afknallen; afschieten; doodschieten; fusilleren afmaken; afslachten; doden; doodmaken; doodslaan; executeren; liquideren; moorden; neerhalen; neersabelen; om het leven brengen; ombrengen; slachten; smashen; ter dood brengen; terechtstellen; van kant maken; vermoorden
matar a tiros afknallen; afschieten; doodschieten; fusilleren naar beneden schieten; neerhalen; neersabelen; neerschieten; overhoopschieten
matar de un tiro afknallen; afschieten; doodschieten; fusilleren neerhalen; neersabelen
someter a ejecución forzosa doodschieten; doodvonnis uitvoeren; executeren; om het leven brengen; ombrengen; vermoorden neerhalen; neersabelen
tumbar iets neerleggen; neerleggen; neerslaan; neervlijen; omduwen; omslaan; omstoten; omverstoten; onderuit halen; onderuithalen; vloeren

Wiktionary Translations for doodschieten:


Cross Translation:
FromToVia
doodschieten demoler; derribar; deprimir; abatir; desalentar; agotar; matar; vencer; recorrer; atravesar; calmar; sosegar abattre — Traductions à trier suivant le sens