Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. aanstelling:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for aanstelling from Dutch to Spanish

aanstelling:

aanstelling [de ~ (v)] nomen

  1. de aanstelling (installatie; benoeming)
    la instalación; la designación; la colocación; el nombramiento

Translation Matrix for aanstelling:

NounRelated TranslationsOther Translations
colocación aanstelling; benoeming; installatie annexatie; inlijving; plaatsing; zetsels; zetten; zetwerk
designación aanstelling; benoeming; installatie taakverschaffing; tewerkstelling; werkverschaffing
instalación aanstelling; benoeming; installatie aanleggen; assemblage; assembleren; beëdiging; faciliteit; installatie; montage; montages; samenstelling; samenvoeging
nombramiento aanstelling; benoeming; installatie nominatie; officiersaanstelling; taakverschaffing; tewerkstelling; voordracht; werkverschaffing

Wiktionary Translations for aanstelling:

aanstelling
noun
  1. benoeming.

Cross Translation:
FromToVia
aanstelling nombramiento appointment — act of appointing; designation of a person to hold an office
aanstelling posición; situación positionsituation dans une structure, place dans un ensemble de coordonnées ; lieu, point où une chose place, situation.