Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. wildjacht:


Dutch

Detailed Translations for wildjacht from Dutch to English

wildjacht:

wildjacht [znw.] nomen

  1. wildjacht (jachtpartij; jacht; jaagpartij)
    the hunting party; the hunt; the shooting party; the shoot

Translation Matrix for wildjacht:

NounRelated TranslationsOther Translations
hunt jaagpartij; jacht; jachtpartij; wildjacht jacht; jachtexpeditie; jagen
hunting party jaagpartij; jacht; jachtpartij; wildjacht
shoot jaagpartij; jacht; jachtpartij; wildjacht afknallen; jonge plant; loot; plantestekje; scheut; schoot; spruit; stek; stekje; takje; twijg
shooting party jaagpartij; jacht; jachtpartij; wildjacht
VerbRelated TranslationsOther Translations
hunt azen; neuzen; prooizoeken; speuren
shoot afschieten; afvuren; filmen; neerschieten; schieten; schieten op; schoten lossen; verfilmen; vuren