Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. waffel:


Dutch

Detailed Translations for waffel from Dutch to English

waffel:

waffel [de ~ (m)] nomen

  1. de waffel (bek; smoel; muil; smoelwerk)
    the jaws; the muzzle; the snout; the mouth; the face
    the beak
    – beaklike mouth of animals other than birds (e.g., turtles) 1
    • beak [the ~] nomen

Translation Matrix for waffel:

NounRelated TranslationsOther Translations
beak bek; muil; smoel; smoelwerk; waffel snavel; vogelbek
face bek; muil; smoel; smoelwerk; waffel aangezicht; bakkes; facie; front; gelaat; gevel; gezicht; letterbeeld; ponum; porum; pui; smoel; smoelwerk; snoet; snuit; tater; tronie; vlak; voorgevel; voorkant; voorzijde
jaws bek; muil; smoel; smoelwerk; waffel mond; tater
mouth bek; muil; smoel; smoelwerk; waffel mond; monding; tater
muzzle bek; muil; smoel; smoelwerk; waffel mond; snufferd
snout bek; muil; smoel; smoelwerk; waffel tater
VerbRelated TranslationsOther Translations
face confronteren; hoofd bieden; onder ogen zien; trotseren
snout graaien; grijpen; grissen; jatten; pikken; snaaien; wegkapen

Related Words for "waffel":

  • waffels