Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. vooruitlopen op:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for vooruitlopen op from Dutch to English

vooruitlopen op:

vooruitlopen op [znw.] nomen

  1. vooruitlopen op (anticiperen)
    the preliminary; the anticipating; the precedes

vooruitlopen op verb

  1. vooruitlopen op (anticiperen; vooruitkijken)
    to anticipate
    • anticipate verb (anticipates, anticipated, anticipating)

Translation Matrix for vooruitlopen op:

NounRelated TranslationsOther Translations
anticipating anticiperen; vooruitlopen op
precedes anticiperen; vooruitlopen op
preliminary anticiperen; vooruitlopen op
VerbRelated TranslationsOther Translations
anticipate anticiperen; vooruitkijken; vooruitlopen op aanvoelen; tegemoetzien; tevoren zien; uitkijken naar; verwachten; vooruitzien; voorvoelen; voorzien
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
preliminary inleidend; introducerend; voorafgaand; voorgaand; vooropgaand; vooruitgaand

Wiktionary Translations for vooruitlopen op:


Cross Translation:
FromToVia
vooruitlopen op anticipate anticiperdevancer.

External Machine Translations:

Related Translations for vooruitlopen op