Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. vinding:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for vinding from Dutch to English

vinding:

vinding [de ~ (v)] nomen

  1. de vinding (ontdekking; vondst)
    the discovery; the find
  2. de vinding (uitdenking; vondst)
    the invention; the discovery; the find

Translation Matrix for vinding:

NounRelated TranslationsOther Translations
discovery ontdekking; uitdenking; uitvinding; vinding; vondst detectie; discovery; legal discovery; ondervinden; ondervinding; openbaring; verrassende ontdekking
find ontdekking; uitdenking; uitvinding; vinding; vondst
invention uitdenking; uitvinding; vinding; vondst uitvinding
VerbRelated TranslationsOther Translations
find aangetroffen worden; aantreffen; gewaarworden; onderscheiden; ontwaren; te zien krijgen; tegenkomen; uit elkaar houden; uiteenhouden; vinden

Related Words for "vinding":

  • vindingen

Wiktionary Translations for vinding:

vinding
noun
  1. ontdekking, uitvinding
vinding
noun
  1. result of research or an investigation
  2. something discovered

Cross Translation:
FromToVia
vinding invention; inventiveness; discovery; find; fiction inventiondisposition de l’esprit à inventer.