Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. slimmigheid:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for slimmigheid from Dutch to English

slimmigheid:

slimmigheid [de ~ (v)] nomen

  1. de slimmigheid (slimheid; spitsvondigheid; gewiekstheid)
    the dodge; the cleverness; the wiliness; the smartness

Translation Matrix for slimmigheid:

NounRelated TranslationsOther Translations
cleverness gewiekstheid; slimheid; slimmigheid; spitsvondigheid bij de pinken zijn; geleerdheid; goochemheid; intelligentie; pienterheid; schranderheid; slimheid; uitgeslapenheid
dodge gewiekstheid; slimheid; slimmigheid; spitsvondigheid foef
smartness gewiekstheid; slimheid; slimmigheid; spitsvondigheid intelligentie; kittigheid; pienterheid; schranderheid; slimheid
wiliness gewiekstheid; slimheid; slimmigheid; spitsvondigheid arglist; arglistigheid; geslepenheid; leepheid; linkheid; listigheid; sluwheid
VerbRelated TranslationsOther Translations
dodge afzetten; bedotten; tillen

Related Words for "slimmigheid":

  • slimmigheden, slimmigheidje, slimmigheidjes

Wiktionary Translations for slimmigheid:

slimmigheid
noun
  1. a means for achieving an end