Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. samentelling:


Dutch

Detailed Translations for samentelling from Dutch to English

samentelling:

samentelling [znw.] nomen

  1. samentelling (optelling; som)
    the sum; the total amount; the count; the addition

Translation Matrix for samentelling:

NounRelated TranslationsOther Translations
addition optelling; samentelling; som aanbouw; aangroeiing; aanhangsel; aanvoeging; aanvulling; aanwas; addendum; appendix; bijmenging; bijtelling; bijvoeging; bijvoegsel; supplement; toevoeging; toevoegsel; uitbouw; uitbreiding; vermeerdering
count optelling; samentelling; som aftellen; aftelling; aftelling voor lancering; tel; tellen; telling
sum optelling; samentelling; som bedrag; optelsom; rekenopgave; rekensom; samenvoeging; somma
total amount optelling; samentelling; som complete som; somma; totaal bedrag; totaalbedrag; volledige bedrag
VerbRelated TranslationsOther Translations
count aftellen; geld afpassen; gelden; passen; tellen; van kracht zijn

Related Words for "samentelling":

  • samentellingen