Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. rammelaar:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for rammelaar from Dutch to English

rammelaar:

rammelaar [de ~ (m)] nomen

  1. de rammelaar (hertebok)
    the buck; the stag
  2. de rammelaar (kinderspeeltje)
    the rattle
    – a baby's toy that makes percussive noises when shaken 1
    the toy
    • toy [the ~] nomen

Translation Matrix for rammelaar:

NounRelated TranslationsOther Translations
buck hertebok; rammelaar
rattle kinderspeeltje; rammelaar babbelaar; babbelaarster; gereutel; gerochel; klep; klepper; kletskop; kletskous; kletsmajoor; kletstante; kwebbel; leuteraar; leuteraarster; leuterkous; ratel; zwammer; zwetser
stag hertebok; rammelaar
toy kinderspeeltje; rammelaar speelbal
VerbRelated TranslationsOther Translations
rattle babbelen; daveren; denderen; dreunen; kakelen; klappen; klepperen; kletsen; kwaken; kwebbelen; kwekken; kwetteren; piepen; praten; snateren; spreken; wauwelen; zwammen

Related Words for "rammelaar":

  • rammelaars, rammelaartje, rammelaartjes

Wiktionary Translations for rammelaar:

rammelaar
noun
  1. a baby's toy

Cross Translation:
FromToVia
rammelaar buck; buck-hare; buck-rabbit bouquinlièvre ou lapin mâle.