Dutch

Detailed Translations for omgang from Dutch to English

omgang:

omgang [de ~ (m)] nomen

  1. de omgang (omgaan met mensen)
    the social intercourse; the intercourse; the contact
  2. de omgang (geslachtsgemeenschap; verkeer)
    the intercourse; the sexual relations; the sexual intercourse; the sex
  3. de omgang (processies; het omgaan)
    the processions
  4. de omgang (ronde; rondje)
    the round
  5. de omgang (zijn ronde doen; rondje; toer; rondgang)

Translation Matrix for omgang:

NounRelated TranslationsOther Translations
contact omgaan met mensen; omgang aansluiting; connectie; contact; contactlens; contactpersoon; lens; link; onderling verband; relatie; samenhang; schakel; verband; verbinding; voeling
intercourse geslachtsgemeenschap; omgaan met mensen; omgang; verkeer gemeenschap; ommegang; paring
making one's round omgang; rondgang; rondje; toer; zijn ronde doen
processions het omgaan; omgang; processies omgangen; ommegangen; optochten; processies; stoeten
round omgang; ronde; ronde doen; rondje afstand; baan; baanvak; beurt; etappe; manche; moot; pad; ringetje; ronde; rondje; route; schijf; spelletje; tournee; traject; weg
sex geslachtsgemeenschap; omgang; verkeer genus; geslacht; kunne; seks; sekse
sexual intercourse geslachtsgemeenschap; omgang; verkeer coïtus; geslachtsdaad
sexual relations geslachtsgemeenschap; omgang; verkeer
social intercourse omgaan met mensen; omgang
tour of inspection omgang; rondgang; rondje; toer; zijn ronde doen
VerbRelated TranslationsOther Translations
round omtrekken
ModifierRelated TranslationsOther Translations
round afgerond; bol; bolstaand; bolvormig; circa; gecompleteerd; kogelrond; kogelvormig; om; omheen; omstreeks; omtrent; ongeveer; pakweg; plusminus; ringvormig; rond; rondom; ruwweg; sferisch

Related Words for "omgang":



Related Translations for omgang