Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. mietje:
  2. mie:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for mietje from Dutch to English

mietje:

mietje [het ~] nomen

  1. het mietje (flikker; poot; nicht; homo)
    the faggot; the sissy; the queer; the gay; the fagot

Translation Matrix for mietje:

NounRelated TranslationsOther Translations
faggot flikker; homo; mietje; nicht; poot takkenbos
fagot flikker; homo; mietje; nicht; poot takkenbos
gay flikker; homo; mietje; nicht; poot
queer flikker; homo; mietje; nicht; poot eigenaardige; rare; zonderling
sissy flikker; homo; mietje; nicht; poot
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
gay blij; blijgeestig; blijgestemd; blijmoedig; dartel; fideel; fleurig; frivool; geestig; goed geluimd; homo; homofiel; homoseksueel; hups; jolig; kleurig; kwiek; levendig; levenslustig; lichtzinnig; losbandig; lustig; monter; opgeruimd; opgetogen; opgewekt; tierig; uitgelaten; vreugdevol; vrolijk; wakker; welgemoed; welgestemd; wuft; zonnig
queer curieus; eigenaardig; homo; homofiel; homoseksueel; uitheems; vreemd; vreemdsoortig; zonderling
sissy homo; homofiel; homoseksueel

Related Words for "mietje":


Wiktionary Translations for mietje:

mietje
noun
  1. boy with girl-like qualities

mie:

mie [de ~ (m)] nomen

  1. de mie (mihoen; mi)
    the rice-noodles; the Chinese noodles

Translation Matrix for mie:

NounRelated TranslationsOther Translations
Chinese noodles mi; mie; mihoen
rice-noodles mi; mie; mihoen

Related Words for "mie":


External Machine Translations: