Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. interruptie:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for interruptie from Dutch to English

interruptie:

interruptie [de ~ (v)] nomen

  1. de interruptie (onderbreking; verbreking; breuk)
    the interruption; the interference; the intervention; the severance; the meddling

Translation Matrix for interruptie:

NounRelated TranslationsOther Translations
interference breuk; interruptie; onderbreking; verbreking bemoeienis; ingreep; inlating; inmenging; interventie; opstootje; ordeverstoring; rel; stoornis; tussenkomst; verstoring
interruption breuk; interruptie; onderbreking; verbreking onderbreken; onderbreking; storing; verbreken
intervention breuk; interruptie; onderbreking; verbreking ingreep; inmenging; interventie; tussenkomst
meddling breuk; interruptie; onderbreking; verbreking
severance breuk; interruptie; onderbreking; verbreking

Related Words for "interruptie":

  • interrupties

Wiktionary Translations for interruptie:

interruptie
noun
  1. interruption, break or pause