Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. doorn:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for doorn from Dutch to English

doorn:

doorn [de ~ (m)] nomen

  1. de doorn (stekel)
    the thorn; the sting

Translation Matrix for doorn:

NounRelated TranslationsOther Translations
sting doorn; stekel angel; gifangel; messteek; steek; vishaak; weerhaak
thorn doorn; stekel
VerbRelated TranslationsOther Translations
sting aankaarten; aansnijden; aanvoeren; afsnijden; entameren; op tafel leggen; opperen; opwerpen; prikken; snijden; steken; steken geven; te berde brengen; ter sprake brengen

Related Words for "doorn":


Wiktionary Translations for doorn:

doorn
noun
  1. scherp uitsteeksel aan een plant
doorn
noun
  1. rigid, pointed surface protuberance or needle-like structure on an animal, shell, or plant
  2. sharp protective spine of a plant

Cross Translation:
FromToVia
doorn thorn; spine; prickle épine — (botanique) branche, feuille, stipule ou partie de feuille transformée en un organe allongé et piquant.