Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. ontvanger:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for ontvanger from Dutch to English

ontvanger:

ontvanger [de ~ (m)] nomen

  1. de ontvanger (recipiënt)
    the recipient; the receiver; the addressee
  2. de ontvanger (hij die ontvangt)
    the consignee; the recipient; the receiver; the addressee
  3. de ontvanger
    the recipient
    – The individual or account to whom an item is sent. 1

Translation Matrix for ontvanger:

NounRelated TranslationsOther Translations
addressee hij die ontvangt; iemand aan wie iets gegeven wordt; ontvanger; recipiënt bestemming; geadresseerde
consignee hij die ontvangt; ontvanger bestemming; geadresseerde
receiver hij die ontvangt; iemand aan wie iets gegeven wordt; ontvanger; recipiënt bewindvoerder; handelaar in gestolen goederen; heler; telefoon; telefoontoestel
recipient hij die ontvangt; iemand aan wie iets gegeven wordt; ontvanger; recipiënt

Related Words for "ontvanger":

  • ontvangers

Wiktionary Translations for ontvanger:

ontvanger
noun
  1. one who receives
  2. individual receiving donor organs or tissues

Cross Translation:
FromToVia
ontvanger addressee; consignee; recipient destinataire — Celui, celle qui doit recevoir un message.