Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. verzakking:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for verzakking from Dutch to German

verzakking:

verzakking [de ~ (v)] nomen

  1. de verzakking (uitzakking)
    Einsinken; Absacken; Abrutchen; die Senkung

Translation Matrix for verzakking:

NounRelated TranslationsOther Translations
Abrutchen uitzakking; verzakking
Absacken uitzakking; verzakking
Einsinken uitzakking; verzakking afketsen; afstuiten; inzakken; inzinken; kelderen; ricocheren; sterk in waarde dalen; terugkaatsen; terugvallen; wegzinken
Senkung uitzakking; verzakking afname; bekorting; besnoeiing; besparing; bezuiniging; daling; flauwe helling; glooiing; inkrimping; kostenbesparing; laagte; laten zakken; minder worden; neerlaten; ontering; salarisverlaging; terugloop; val; verkorting; verlaging

Wiktionary Translations for verzakking:


Cross Translation:
FromToVia
verzakking Degradierung; Degeneration; Rückbildung; Entartung; Erniedrigung abaissementaction d’abaisser, de s’abaisser, ou résultat de cette action.