Dutch

Detailed Translations for rede from Dutch to German

rede:

rede [de ~] nomen

  1. de rede (verstand; bewustzijn; brein; inzicht)
    die Einsicht; Bewußtsein; die Erkenntnis; der Verstand; Erkennen
  2. de rede (redevoering; speech; toespraak; )
    die Ansprache; die Rede; die Lesung; Konzert
  3. de rede (verstandelijk vermogen; geestvermogen; intellect; verstand; denkvermogen)
    der Verstand; die Intelligenz; Denkvermögen; Geistesvermögen

Translation Matrix for rede:

NounRelated TranslationsOther Translations
Ansprache lezing; rede; redevoering; speech; spreekbeurt; toespraak; voordracht bekendmaking; bericht; boodschap; gewag; mededeling; melding; opgave; relaas; tijding; uitspraak; vermelding; verwittiging
Bewußtsein bewustzijn; brein; inzicht; rede; verstand begrip; benul; besef; bewustzijn; conceptie; denkbeeld; notie
Denkvermögen denkvermogen; geestvermogen; intellect; rede; verstand; verstandelijk vermogen brein; denkvermogen; geest; hersens; vernuft; verstand
Einsicht bewustzijn; brein; inzicht; rede; verstand begrip; benul; besef; bewustzijn; conceptie; denkbeeld; doorzicht; erkenning; idee; inzicht; mentale voorstelling; notie; toegeving; wijsheid
Erkennen bewustzijn; brein; inzicht; rede; verstand benul; besef; bewustzijn; denkbeeld; kenteken; kijk; mening; merkteken; notie; onderscheidingsteken; oordeel; opinie; opvatting; visie; zienswijze
Erkenntnis bewustzijn; brein; inzicht; rede; verstand begrip; benul; besef; bevinding; bewustzijn; conceptie; dankbaarheid; danken; denkbeeld; doorzicht; erkenning; erkentelijkheid; gnosis; inzicht; kijk; mening; notie; ondervinden; ondervinding; oordeel; opinie; opvatting; toegeving; visie; zienswijze
Geistesvermögen denkvermogen; geestvermogen; intellect; rede; verstand; verstandelijk vermogen
Intelligenz denkvermogen; geestvermogen; intellect; rede; verstand; verstandelijk vermogen brein; brille; genie; hersens; intellect; intelligentie; knapheid; pienterheid; schoonheid; schranderheid; slimheid; vernuft; verstand
Konzert lezing; rede; redevoering; speech; spreekbeurt; toespraak; voordracht concert; muzikale voordracht
Lesung lezing; rede; redevoering; speech; spreekbeurt; toespraak; voordracht bericht; lezing; referaat; versie; verslag
Rede lezing; rede; redevoering; speech; spreekbeurt; toespraak; voordracht oratie; spraak; toespraak
Verstand bewustzijn; brein; denkvermogen; geestvermogen; intellect; inzicht; rede; verstand; verstandelijk vermogen begrip; benul; besef; bewustzijn; brein; conceptie; denkbeeld; denkvermogen; geest; hersens; intelligentie; notie; scherpheid; scherpte; scherpzinnigheid; schranderheid; spitsheid; spitsvondigheid; vernuft; verstand

Related Words for "rede":

  • redes

Wiktionary Translations for rede:

rede
noun
  1. een ankerplaats buitengaats
rede
noun
  1. Ankerplatz vor dem Hafen

Cross Translation:
FromToVia
rede Diskurs; Anrede address — formal communication
rede Ankerplatz anchorage — place for anchoring
rede Geist; Verstand mind — ability for rational thought
rede Verstand; Vernunft; Intellekt reason — (the capacity of the human mind for) rational thinking
rede Grund; Vernunft; Verstand; Rationalität; Vernunftgemäßheit raison — Traductions à trier suivant le sens
rede Klugheit; Weisheit; Vernunft; Verstand sagesseprudence, circonspection, sentiment juste des choses.

Related Translations for rede