Dutch

Detailed Translations for perspectief from Dutch to German

perspectief:

perspectief [de ~] nomen

  1. de perspectief (gezichtspunt; standpunt; zienswijs; )
    der Gesichtspunkt; der Blickpunkt; der Zeitpunkt; die Hinsicht; die Sache; der Fall; der Blickwinkel; der Betreff; die Warte; die Streitfrage; der Gesichtswinkel; der kleinePunkt
  2. de perspectief (vooruitzicht; toekomst; kans)
    die Vorderaussicht; die Aussicht; der Ausblick; die Möglichkeit; der Gesichtspunkt; der Aussichtspunkt

Translation Matrix for perspectief:

NounRelated TranslationsOther Translations
Ausblick kans; perspectief; toekomst; vooruitzicht gezicht; kijk; panorama; prospect; uitzicht; vergezicht; verreikend uitzicht; vue; zicht
Aussicht kans; perspectief; toekomst; vooruitzicht gezicht; kijk; panorama; prospect; uitzicht; vergezicht; verreikend uitzicht; vue; zicht
Aussichtspunkt kans; perspectief; toekomst; vooruitzicht uitzichtpunt
Betreff gezichtshoek; gezichtspunt; invalshoek; oogpunt; perspectief; standpunt; zienswijs aspect; facet; onderwerp; opzicht
Blickpunkt gezichtshoek; gezichtspunt; invalshoek; oogpunt; perspectief; standpunt; zienswijs Spotlight; aspect; denkbeeld; facet; kijk; mening; oordeel; opinie; opvatting; opzicht; visie; zienswijze
Blickwinkel gezichtshoek; gezichtspunt; invalshoek; oogpunt; perspectief; standpunt; zienswijs
Fall gezichtshoek; gezichtspunt; invalshoek; oogpunt; perspectief; standpunt; zienswijs casus; debacle; dreun; geval; ineenstorting; ineenzakking; instorting; issue; klap; knal; kwak; kwestie; naamval; ondergang; probleemgeval; punt; smak; teloorgang; tenondergang; val; verderf
Gesichtspunkt gezichtshoek; gezichtspunt; invalshoek; kans; oogpunt; perspectief; standpunt; toekomst; vooruitzicht; zienswijs aspect; denkbeeld; facet; kijk; mening; oordeel; opinie; opvatting; opzicht; visie; zienswijze
Gesichtswinkel gezichtshoek; gezichtspunt; invalshoek; oogpunt; perspectief; standpunt; zienswijs aspect; facet; ooghoek; opzicht
Hinsicht gezichtshoek; gezichtspunt; invalshoek; oogpunt; perspectief; standpunt; zienswijs aspect; facet; opzicht
Möglichkeit kans; perspectief; toekomst; vooruitzicht gelegenheid; kans; mogelijkheid; verkoopkans
Sache gezichtshoek; gezichtspunt; invalshoek; oogpunt; perspectief; standpunt; zienswijs aangelegenheid; affaire; artikel; ding; geval; goed; issue; item; kwestie; liaison; liefdesrelatie; object; punt; relatie; verhouding; voorwerp; zaak
Streitfrage gezichtshoek; gezichtspunt; invalshoek; oogpunt; perspectief; standpunt; zienswijs geschilpunt; issue; kwestie; omstreden kwestie; punt; punt van geschil; punt van onenigheid; strijdpunt; strijdvraag; twistpunt; twistvraag
Vorderaussicht kans; perspectief; toekomst; vooruitzicht
Warte gezichtshoek; gezichtspunt; invalshoek; oogpunt; perspectief; standpunt; zienswijs observatorium; sterrenwacht; uitkijktoren; wachttoren
Zeitpunkt gezichtshoek; gezichtspunt; invalshoek; oogpunt; perspectief; standpunt; zienswijs tijdstip
kleinePunkt gezichtshoek; gezichtspunt; invalshoek; oogpunt; perspectief; standpunt; zienswijs

Related Words for "perspectief":

  • perspectieven

Wiktionary Translations for perspectief:


Cross Translation:
FromToVia
perspectief Aussicht perspective — view, vista or outlook
perspectief Perspektive perspective — appearance of depth in objects
perspectief Perspektive perspective — technique of representing three-dimensional objects on a two-dimensional surface
perspectief Perspektive perspective — choice of a single point of view