Dutch

Detailed Translations for peil from Dutch to German

peil:

peil [het ~] nomen

  1. het peil (niveau; plan; laag; stand)
    Niveau; die Stufe; der Plan; die Ebene; die Höhe; der Maßstab; der Stock; der Vorsatz; Konzept; Vorhaben; der Entwurf; Stockwerk; die Etage; Kriterium; die Gradation; der Abriß; die Entwürfe; die Skala; die Idee; Projekt
  2. het peil (niveau; graad)
    Niveau; der Grad; die Gradation; die Stellung; der Rang

Translation Matrix for peil:

NounRelated TranslationsOther Translations
Abriß laag; niveau; peil; plan; stand afbraak; demontage; grondplan; ontmanteling; plattegrond; sloop; stadskaart; uiteenname
Ebene laag; niveau; peil; plan; stand bouwterrein; dimensieniveau; gebied; kavel; laag; niveau; oppervlak; oppervlakte; perceel; terrein; vlak; vlakte
Entwurf laag; niveau; peil; plan; stand Concept; concept; klad; kladjes; kladwerk; model; monster; ontwerp; proefje; proefversie; proeve; schets; schetstekening; schrijfsels; specimen; staal; staaltje; tekening; toonbeeld; voorbeeld; voorlopig ontwerp
Entwürfe laag; niveau; peil; plan; stand concept; geestelijke vorming; model; ontplooiing; ontwerp; ontwikkeling; schets; toonbeeld; voorbeeld; voorlopig ontwerp; vooruitgang; vorming
Etage laag; niveau; peil; plan; stand etage; intensivering; verdieping; woonlaag
Grad graad; niveau; peil gelid; graad; gradatie; hoekgraad; mate; militaire rang; punt; rang; rangorde; thermometergraad; warmtegraad; wetenschappelijke graad
Gradation graad; laag; niveau; peil; plan; stand graad; gradatie; mate
Höhe laag; niveau; peil; plan; stand hoogte; hoogtelijn; niveaulijn
Idee laag; niveau; peil; plan; stand begrip; benul; conceptie; denkbeeld; gedachte; idee; kijk; mening; mentale voorstelling; notie; oordeel; opinie; opvatting; visie; zienswijze
Konzept laag; niveau; peil; plan; stand concept; klad; kladjes; kladwerk; model; ontwerp; proefversie; schets; schrijfsels; toonbeeld; voorbeeld; voorlopig ontwerp
Kriterium laag; niveau; peil; plan; stand beding; bepaling; beperking; conditie; criterium; eis; kriterium; maatstaf; toetssteen; voorwaarde
Maßstab laag; niveau; peil; plan; stand beding; bepaling; beperking; conditie; criterium; eis; kriterium; maatstaf; toetssteen; voorwaarde
Niveau graad; laag; niveau; peil; plan; stand graad
Plan laag; niveau; peil; plan; stand kaart; landkaart; opzet; plan; project; schets; schetstekening; tekening; toeleg; voornemen
Projekt laag; niveau; peil; plan; stand Project; plan; project
Rang graad; niveau; peil gelid; graad; klasse; maatschappelijke klasse; militaire rang; orde; rang; rangorde; slag; stand; wetenschappelijke graad
Skala laag; niveau; peil; plan; stand gamma; graad; gradatie; kleurenschaal; kleurenspectrum; ladder; mate; scala; schaalverdeling; spectrum; toonladder; toonschaal
Stellung graad; niveau; peil ambt; baan; betrekking; dienstbetrekking; functie; graad; job; positie; werk; werkkring; werkplek
Stock laag; niveau; peil; plan; stand baton; bijenkorf; dierenkolonie; etage; intensivering; staaf; staf; stang; stok; verdieping; woonlaag
Stockwerk laag; niveau; peil; plan; stand etage; intensivering; verdieping; woonlaag
Stufe laag; niveau; peil; plan; stand autoped; fase; opstap; opstapje; step; terras; traptrede; trede; tree; werkstroomfase
Vorhaben laag; niveau; peil; plan; stand opzet; plan; voornemen
Vorsatz laag; niveau; peil; plan; stand dekblad; intentie; moedwil; opzet; plan; schutblad; voornemen
Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
Plan plan

Related Words for "peil":


Wiktionary Translations for peil:

peil
noun
  1. niveau of stand van bijvoorbeeld water
peil
noun
  1. Wasserbau: Vorrichtung zur Messung des Wasserstands
  2. Niveauhöhe einer Flüssigkeit oder sonstiger Zahlenwert einer physikalischen Größe

peil form of peilen:

peilen verb (peil, peilt, peilde, peilden, gepeild)

  1. peilen (diepte bepalen; meten; opmeten)
    loten; Tiefe peilen

Conjugations for peilen:

o.t.t.
  1. peil
  2. peilt
  3. peilt
  4. peilen
  5. peilen
  6. peilen
o.v.t.
  1. peilde
  2. peilde
  3. peilde
  4. peilden
  5. peilden
  6. peilden
v.t.t.
  1. heb gepeild
  2. hebt gepeild
  3. heeft gepeild
  4. hebben gepeild
  5. hebben gepeild
  6. hebben gepeild
v.v.t.
  1. had gepeild
  2. had gepeild
  3. had gepeild
  4. hadden gepeild
  5. hadden gepeild
  6. hadden gepeild
o.t.t.t.
  1. zal peilen
  2. zult peilen
  3. zal peilen
  4. zullen peilen
  5. zullen peilen
  6. zullen peilen
o.v.t.t.
  1. zou peilen
  2. zou peilen
  3. zou peilen
  4. zouden peilen
  5. zouden peilen
  6. zouden peilen
en verder
  1. ben gepeild
  2. bent gepeild
  3. is gepeild
  4. zijn gepeild
  5. zijn gepeild
  6. zijn gepeild
diversen
  1. peil!
  2. peilt!
  3. gepeild
  4. peilend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for peilen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
Tiefe peilen diepte bepalen; meten; opmeten; peilen
loten diepte bepalen; meten; opmeten; peilen diepte loden; loden; van loodglazuur voorzien

Related Words for "peilen":