Dutch

Detailed Translations for opzij leggen from Dutch to German

opzij leggen:

opzij leggen verb (leg opzij, legt opzij, legde opzij, legden opzij, opzij gelegd)

  1. opzij leggen (oppotten; hamsteren; potten)
    horten; hamstern; zurücklegen; auf die Seite legen; beiseite legen
    • horten verb (horte, hortest, hortet, hortete, hortetet, gehortet)
    • hamstern verb (hamstre, hamsterst, hamstert, hamsterte, hamstertet, gehamstert)
    • zurücklegen verb (lege zurück, legst zurück, legt zurück, legte zurück, legtet zurück, zurückgelegt)
    • auf die Seite legen verb (lege auf die Seite, legst auf die Seite, legt auf die Seite, legte auf die Seite, legtet auf die Seite, auf die Seite gelegt)
    • beiseite legen verb (lege beiseite, legst beiseite, legt beiseite, legte beiseite, legtet beiseite, beiseite gelegt)
  2. opzij leggen (wegzetten; bewaren)
    ablegen; hinlegen; abstellen; zurücklegen; einstellen; unterstellen; fortsetzen; abschießen; weglegen; betten; einstallen
    • ablegen verb (lege ab, legst ab, legt ab, legte ab, legtet ab, abgelegt)
    • hinlegen verb (lege hin, legst hin, legt hin, legte hin, legtet hin, hingelegt)
    • abstellen verb (stelle ab, stellst ab, stellt ab, stellte ab, stelltet ab, abgestellt)
    • zurücklegen verb (lege zurück, legst zurück, legt zurück, legte zurück, legtet zurück, zurückgelegt)
    • einstellen verb (r, stellst ein, stellt ein, stellte ein, stelltet ein, eingestellt)
    • unterstellen verb (unterstelle, unterstellst, unterstellt, unterstellte, unterstelltet, unterstellt)
    • fortsetzen verb (setze fort, setzt fort, setzte fort, setztet fort, fortgesetzt)
    • abschießen verb (schieße ab, schießest ab, schießt ab, schoß ab, schoßt ab, abgeschossen)
    • weglegen verb (lege weg, legst weg, legt weg, legte weg, legtet weg, weggelegt)
    • betten verb (bette, bettest, bettet, bettete, bettetet, gebettet)
    • einstallen verb (stalle ein, stallst ein, stallt ein, stallte ein, stalltet ein, eingestallt)

Conjugations for opzij leggen:

o.t.t.
  1. leg opzij
  2. legt opzij
  3. legt opzij
  4. leggen opzij
  5. leggen opzij
  6. leggen opzij
o.v.t.
  1. legde opzij
  2. legde opzij
  3. legde opzij
  4. legden opzij
  5. legden opzij
  6. legden opzij
v.t.t.
  1. heb opzij gelegd
  2. hebt opzij gelegd
  3. heeft opzij gelegd
  4. hebben opzij gelegd
  5. hebben opzij gelegd
  6. hebben opzij gelegd
v.v.t.
  1. had opzij gelegd
  2. had opzij gelegd
  3. had opzij gelegd
  4. hadden opzij gelegd
  5. hadden opzij gelegd
  6. hadden opzij gelegd
o.t.t.t.
  1. zal opzij leggen
  2. zult opzij leggen
  3. zal opzij leggen
  4. zullen opzij leggen
  5. zullen opzij leggen
  6. zullen opzij leggen
o.v.t.t.
  1. zou opzij leggen
  2. zou opzij leggen
  3. zou opzij leggen
  4. zouden opzij leggen
  5. zouden opzij leggen
  6. zouden opzij leggen
diversen
  1. leg opzij!
  2. legt opzij!
  3. opzij gelegd
  4. opzij leggend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

opzij leggen [znw.] nomen

  1. opzij leggen
    Weglegen; Beiseite legen

Translation Matrix for opzij leggen:

NounRelated TranslationsOther Translations
Beiseite legen opzij leggen
Weglegen opzij leggen
VerbRelated TranslationsOther Translations
ablegen bewaren; opzij leggen; wegzetten afleggen; archiveren; bewaren; deponeren; iets neerleggen; leggen; meters maken; neerleggen; neerzetten; onderuit halen; opbergen; opslaan; plaatsen; stationeren; wegleggen; zetten
abschießen bewaren; opzij leggen; wegzetten doodschieten; doodvonnis uitvoeren; executeren; neerhalen; neersabelen; neerschieten; om het leven brengen; ombrengen; overhoopschieten; vermoorden
abstellen bewaren; opzij leggen; wegzetten afschaffen; afzetten; deponeren; leggen; neerleggen; neerzetten; onderuit halen; plaatsen; stallen; stationeren; stilzetten; stoppen; tot stilstand brengen; uitdoen; uitmaken; uitschakelen; uitzetten; verhelpen; zetten
auf die Seite legen hamsteren; oppotten; opzij leggen; potten achterhouden; afzonderen; apart zetten; behouden; isoleren; opzijleggen; reserveren; terughouden
beiseite legen hamsteren; oppotten; opzij leggen; potten achterhouden; behouden; opzijleggen; reserveren; terughouden; voorbehouden
betten bewaren; opzij leggen; wegzetten in bed leggen; neerleggen; onderuit halen
einstallen bewaren; opzij leggen; wegzetten
einstellen bewaren; opzij leggen; wegzetten aannemen; aanstellen; aantrekken; afbestellen; afgelasten; afstellen; afstemmen; afzeggen; annuleren; benoemen; deponeren; detacheren; halt houden; het werk neerleggen als protest; in dienst nemen; inhuren; installeren; instellen; intrekken; leggen; neerleggen; neerzetten; nietig verklaren; onderuit halen; plaatsen; staken; stationeren; stoppen; tewerkstellen; uitzenden; werkonderbreken; zetten
fortsetzen bewaren; opzij leggen; wegzetten aanhouden; continueren; doordouwen; doorgaan; doorzetten; een stapje verder gaan; hervatten; prolongeren; verdergaan; vervolgen; voortgaan; voortzetten
hamstern hamsteren; oppotten; opzij leggen; potten
hinlegen bewaren; opzij leggen; wegzetten deponeren; leggen; neerleggen; neervlijen; neerzetten; onderuit halen; plaatsen; stationeren; wegleggen; zetten
horten hamsteren; oppotten; opzij leggen; potten
unterstellen bewaren; opzij leggen; wegzetten aantijgen; insinueren; stallen
weglegen bewaren; opzij leggen; wegzetten bergen; opbergen; opruimen; wegbergen; wegsluiten
zurücklegen bewaren; hamsteren; oppotten; opzij leggen; potten; wegzetten achterhouden; afleggen; afzonderen; apart zetten; behouden; isoleren; meters maken; opzijleggen; reserveren; terughouden; terugleggen; terugplaatsen; terugzetten; voorbehouden

Related Translations for opzij leggen