Dutch

Detailed Translations for mobiel from Dutch to German

mobiel:

mobiel [de ~] nomen

  1. de mobiel (mobiele telefoon)
    Mobilfunktelefon; Funktelefon; Mobiltelefon; Handy

Translation Matrix for mobiel:

NounRelated TranslationsOther Translations
Funktelefon mobiel; mobiele telefoon
Handy mobiel; mobiele telefoon
Mobilfunktelefon mobiel; mobiele telefoon
Mobiltelefon mobiel; mobiele telefoon
Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
Daten- mobiel
Handy mobiele telefoon
Mobilfunk mobiel
Mobilfunknetz mobiel
Mobilnetz mobiel
Mobiltelefon Mobiel; Mobiele telefoon; mobiele telefoon
ModifierRelated TranslationsOther Translations
beweglich beweegbaar; los; mobiel; roerend; verplaatsbaar; verzetbaar actief; beweeglijk; dynamisch; energiek; levendig
mobil beweegbaar; los; mobiel; roerend; verplaatsbaar; verzetbaar
nicht fest beweegbaar; los; mobiel; roerend; verplaatsbaar; verzetbaar los; niet vast; verplaatsbaar; verschuifbaar
transportabel beweegbaar; los; mobiel; roerend; verplaatsbaar; verzetbaar transportabel; transporteerbaar; verplaatsbaar; vervoerbaar
transportfähig beweegbaar; los; mobiel; roerend; verplaatsbaar; verzetbaar transportabel; transporteerbaar; verplaatsbaar; vervoerbaar
transportierbar beweegbaar; los; mobiel; roerend; verplaatsbaar; verzetbaar transportabel; transporteerbaar; verplaatsbaar; vervoerbaar
versetzbar beweegbaar; los; mobiel; roerend; verplaatsbaar; verzetbaar

Related Words for "mobiel":

  • mobieler, mobielere, mobielst, mobielste, mobiele

Related Definitions for "mobiel":

  1. inzetbaar op elke plaats1
    • de mobiele eenheid van de politie1
  2. je kunt (het) bewegen1
    • de oude mensen zijn niet meer mobiel1

Wiktionary Translations for mobiel:

mobiel
adjective
  1. zich gemakkelijk verplaatsend

Cross Translation:
FromToVia
mobiel mobil; beweglich mobile — capable of being moved
mobiel veränderlich; beweglich; mobil mobile — Qui se meut ou qui peut être mû, qui n’est pas fixe. (Sens général).