Dutch

Detailed Translations for lijn from Dutch to German

lijn:

lijn [de ~] nomen

  1. de lijn (streep; linie)
    die Linie; der Strich
  2. de lijn (riem; teugel; lei)
    die Leine; der Gürtel; der Riemen; der Gurt
  3. de lijn (huidrimpel; rimpel)
    die Hautfalte; die Falte; der Runzel
  4. de lijn
    die Linie

Translation Matrix for lijn:

NounRelated TranslationsOther Translations
Falte huidrimpel; lijn; rimpel gezichtsrimpel; golfje; kreukel; plooi; plooiing; rimpel; rimpeling; valse vouw
Gurt lei; lijn; riem; teugel autogordel; gordel; gordelriem; riem; veiligheidsgordel; veiligheidsriem
Gürtel lei; lijn; riem; teugel broekriem; ceintuur; gordel; gordelriem; riem
Hautfalte huidrimpel; lijn; rimpel huidplooi
Leine lei; lijn; riem; teugel gelid; gezichtsrimpel; gordel; halsband; koord; leiband; riem; rij; rimpel; touw; touwtje
Linie lijn; linie; schreef; streep begin-steepje; gelid; lijntje; rij; streepje
Riemen lei; lijn; riem; teugel broekriem; gordel; gordelriem; plaatje; riem; roeiriem; roeispaan; singeltje; spaan
Runzel huidrimpel; lijn; rimpel plooi; plooiing
Strich lijn; linie; schreef; streep begin-steepje; haal; kras; kwaststreek; pennekras
- figuur; gestalte; streep

Related Words for "lijn":


Synonyms for "lijn":


Related Definitions for "lijn":

  1. vorm van het lichaam1
    • nee, geen gebak, ik moet om mijn lijn denken1
  2. koord of draad1
    • houd uw hond aan de lijn1
  3. verbinding tussen twee punten1
    • er is vertraging op de lijn Amsterdam-Utrecht1
  4. verbinding tussen twee punten op een ondergrond1
    • in de driehoek trok hij een lijn1

Wiktionary Translations for lijn:

lijn
noun
  1. een streep
  2. een getekende streep (op o.a. papier)

Cross Translation:
FromToVia
lijn Kante edge — in graph theory: any of the pairs of vertices in a graph
lijn Leine lead — leash
lijn Hundeleine leash — long cord for dogs
lijn Leine line — rope, cord, or string
lijn Linie line — path through two or more points, threadlike mark
lijn → [[gerade Linie]]; Gerade line — geometry: infinite one-dimensional figure
lijn Strecke line — geometry: continuous finite segment of such a figure
lijn Kante line — graph theory: edge of a graph
lijn Leitung line — telephone or network connection
lijn Schlange line — straight sequence of people, queue
lijn Zeile line — single horizontal row of text on a screen, printed paper, etc.
lijn Linie line — official, stated position of an individual or political faction
lijn Hochseil; Leine; Saite; Strang; Strick; Schnur cordetortis fait ordinairement de chanvre et quelquefois de coton, de laine, de soie, d’écorce d’arbres, de poil, de crin, de jonc et d’autres matières pliantes et flexibles.
lijn Linie; Strich; Zeile ligne — Traductions à trier suivant le sens
lijn Streifen; Strich; Rochen raieligne tracer sur une surface.

lijn form of lijnen:

lijnen verb (lijn, lijnt, lijnde, lijnden, gelijnd)

  1. lijnen
    linieren; liniieren; abnehmen
    • linieren verb (liniere, linierst, liniert, linierte, liniertet, liniert)
    • liniieren verb (liniiere, liniierst, liniiert, liniierte, liniiertet, liniiert)
    • abnehmen verb (nehme ab, nimmst ab, nimmt ab, nahm ab, nahmt ab, abgenommen)

Conjugations for lijnen:

o.t.t.
  1. lijn
  2. lijnt
  3. lijnt
  4. lijnen
  5. lijnen
  6. lijnen
o.v.t.
  1. lijnde
  2. lijnde
  3. lijnde
  4. lijnden
  5. lijnden
  6. lijnden
v.t.t.
  1. heb gelijnd
  2. hebt gelijnd
  3. heeft gelijnd
  4. hebben gelijnd
  5. hebben gelijnd
  6. hebben gelijnd
v.v.t.
  1. had gelijnd
  2. had gelijnd
  3. had gelijnd
  4. hadden gelijnd
  5. hadden gelijnd
  6. hadden gelijnd
o.t.t.t.
  1. zal lijnen
  2. zult lijnen
  3. zal lijnen
  4. zullen lijnen
  5. zullen lijnen
  6. zullen lijnen
o.v.t.t.
  1. zou lijnen
  2. zou lijnen
  3. zou lijnen
  4. zouden lijnen
  5. zouden lijnen
  6. zouden lijnen
en verder
  1. is gelijnd
diversen
  1. lijn!
  2. lijnt!
  3. gelijnd
  4. lijnend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

lijnen [het ~] nomen

  1. het lijnen (dieet; regime)
    die Diät
  2. het lijnen (dieet houden)
    Abnehmen; die Diät
  3. het lijnen (diëten; aan de lijn doen)
    Abnehmen; die Diät halten

Translation Matrix for lijnen:

NounRelated TranslationsOther Translations
Abnehmen aan de lijn doen; dieet houden; diëten; lijnen achteruitgaan; afnemen; afpakken; afstoffen; afwissen; gezichtsrimpel; korten; krimpen; minderen; ontnemen; rimpel; verminderen in kracht; verwijderen; wegnemen
Diät dieet; dieet houden; lijnen; regime dieet; vermageringskuur
Diät halten aan de lijn doen; diëten; lijnen
VerbRelated TranslationsOther Translations
abnehmen lijnen achteruitgaan; afdekken; afhalen; afnemen; afruimen; afslanken; aftappen; bederven; beroven; beroven van; bestelen; biertappen; degenereren; depriveren; in de war sturen; inkrimpen; inzakken; kleiner worden; meenemen; nekken; ontnemen; ophalen; opruimen; ruïneren; slinken; sterk afnemen; tappen; te kort doen; teruglopen; vallen; verderven; verworden; verzieken; weghalen; wegnemen
linieren lijnen belijnen; liniëren; strepen; strepen trekken; van lijnen voorzien
liniieren lijnen

Related Words for "lijnen":


Related Translations for lijn