Dutch

Detailed Translations for leiding from Dutch to German

leiding:

leiding [de ~ (v)] nomen

  1. de leiding (bestuur; directie; beheer)
    die Geschäftsführung; die Direktion; die Betriebsführung
  2. de leiding (gedrag; besturing; houding; rijrichting; plan)
    der Kurs; der Aktienkurs; die Notiz
  3. de leiding (kabelleiding; kabel; geleiding)
    Kabel; die Leitung; die Kabelleitung
  4. de leiding (voorgaan; aanvoeren; aanvoering)
    die Leitung; die Führung; Vorausgehen; die Anführung; Vorgehen; die Spitze

Translation Matrix for leiding:

NounRelated TranslationsOther Translations
Aktienkurs besturing; gedrag; houding; leiding; plan; rijrichting
Anführung aanvoeren; aanvoering; leiding; voorgaan
Betriebsführung beheer; bestuur; directie; leiding Raad van Bestuur; directie; koers; route
Direktion beheer; bestuur; directie; leiding Raad van Bestuur; bedrijfsleiding; bestuur; directie; koers; management; politiek; route
Führung aanvoeren; aanvoering; leiding; voorgaan bestuur; management; politiek; rondleiding; voorsprong
Geschäftsführung beheer; bestuur; directie; leiding Raad van Bestuur; bedrijfsleiding; directie; koers; route
Kabel geleiding; kabel; kabelleiding; leiding elektrische geleiding; geleiding; kabel; kabeltouw; scheepskabel
Kabelleitung geleiding; kabel; kabelleiding; leiding
Kurs besturing; gedrag; houding; leiding; plan; rijrichting cursus; herleidingskoers; koers; koersnotering; kursus; leergang; les; onderricht; onderrichting; onderwijs; richting; studie; valuta; wisselkoers
Leitung aanvoeren; aanvoering; geleiding; kabel; kabelleiding; leiding; voorgaan gezichtsrimpel; koers; rimpel; route
Notiz besturing; gedrag; houding; leiding; plan; rijrichting aantekening; attest; bewijs; briefje; kattebelletje; kladbriefje; kladje; krabbel; krabbelbriefje; noot; notitie; opschrijving; schrijfsel; zakelijke notitie
Spitze aanvoeren; aanvoering; leiding; voorgaan bergspits; bergtop; bovenkant; bovenzijde; culminatie; eerste plaats; franje; gevel; helmpluim; hoogst bereikbare punt; hoogst haalbare; hoogste punt; hoogtepunt; kant; kantkloswerk; kantwerk; passement; passementerie; piek; pluim; pui; punt; summum; tonsuur; top; toppunt; torenspits; uitsteeksel; versierende omzoming; versiering van rafels; voorgevel; voorsprong; voorzijde; zenit
Vorausgehen aanvoeren; aanvoering; leiding; voorgaan
Vorgehen aanvoeren; aanvoering; leiding; voorgaan op komen zetten; oprukken
- bestuur

Related Words for "leiding":


Synonyms for "leiding":


Related Definitions for "leiding":

  1. wie zegt wat er moet gebeuren1
    • de leiding van deze ploeg heeft een fout gemaakt1
  2. draad of buis waardoor iets een bepaalde richting uit gaat1
    • de waterleiding is bevroren1
  3. het zeggen wat er moet gebeuren1
    • hij geeft leiding aan deze ploeg1

Wiktionary Translations for leiding:

leiding
noun
  1. het bepalen wat een groep of organisatie behoort te doen
  2. een buis, pijp of slang die een vloeistof...
leiding
noun
  1. ein zeitlicher und/oder räumlicher Vorsprung vor jemandem oder etwas besitzen
  2. das Recht oder die Rolle einer leitenden Person in einem Unternehmen, Leitungsaufgaben auszuführen, insbesondere zu personellen Maßnahmen, wie Arbeitseinteilung, Personaleinstellung und -entlassung
  3. die Handlung, der Prozess/Prozeß oder die Tätigkeit, ein bewegliches Objekt oder eine Person/Personengruppe zu steuern, in eine Richtung oder ein Verhalten zu weisen oder zu führen

Cross Translation:
FromToVia
leiding Rohr; Leitung duct — a pipe, tube or canal which carries air or liquid from one place to another
leiding Führung lead — act of leading or conducting
leiding Führung; Leitung lead — precedence; advance position

Related Translations for leiding