Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. knoert:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for knoert from Dutch to German

knoert:

knoert [de ~ (m)] nomen

  1. de knoert (groot exemplaar; joekel)
    der Riese; großes Exemplar; der Gigant
  2. de knoert (strijdbijl)
    die Streitaxt
  3. de knoert (joekel; gevaarte; kanjer; )
    Monstrum; Ungetüm; der Koloß; der Riese

Translation Matrix for knoert:

NounRelated TranslationsOther Translations
Gigant groot exemplaar; joekel; knoert gigant; joekel; reus; titaan
Koloß gevaarte; joekel; kanjer; knaap; knoert; kokker; kokkerd; loei
Monstrum gevaarte; joekel; kanjer; knaap; knoert; kokker; kokkerd; loei bakbeest; gevaarte; kolos
Riese gevaarte; groot exemplaar; joekel; kanjer; knaap; knoert; kokker; kokkerd; loei gigant; joekel; reus; titaan
Streitaxt knoert; strijdbijl bijl; hakbijl
Ungetüm gevaarte; joekel; kanjer; knaap; knoert; kokker; kokkerd; loei bakbeest; gedrocht; gevaarte; kolos; misbaksel; monster; mormel; ondier; wangedrocht; wanschepsel
großes Exemplar groot exemplaar; joekel; knoert

Related Words for "knoert":

  • knoerten

Wiktionary Translations for knoert:


Cross Translation:
FromToVia
knoert Mordsding whopper — something remarkably large