Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. gamma:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for gamma from Dutch to German

gamma:

gamma [de ~] nomen

  1. de gamma (spectrum; scala)
    die Skala; Gamma; Spektrum
  2. de gamma (toonschaal; toonladder; ladder; octaaf)
    die Farbskala; Farbspektrum
  3. de gamma (kleurenspectrum; kleurenschaal)
    die Farbenskala; die Skala; der Farbton; die Farbenstufe; Farbgamma; die Farbskala; Farbspektrum

Translation Matrix for gamma:

NounRelated TranslationsOther Translations
Farbenskala gamma; kleurenschaal; kleurenspectrum
Farbenstufe gamma; kleurenschaal; kleurenspectrum kleurnuance; kleurschakering; nuance; tint
Farbgamma gamma; kleurenschaal; kleurenspectrum kleurengamma; kleurnuance; kleurschakering; nuance; tint
Farbskala gamma; kleurenschaal; kleurenspectrum; ladder; octaaf; toonladder; toonschaal kleurengamma; kleurnuance; kleurschakering; nuance; tint
Farbspektrum gamma; kleurenschaal; kleurenspectrum; ladder; octaaf; toonladder; toonschaal kleurengamma; kleurenspectrum; kleurnuance; kleurschakering; nuance; tint
Farbton gamma; kleurenschaal; kleurenspectrum kleurnuance; kleurschakering; nuance; tint
Gamma gamma; scala; spectrum
Skala gamma; kleurenschaal; kleurenspectrum; scala; spectrum graad; gradatie; laag; ladder; mate; niveau; peil; plan; schaalverdeling; stand; toonladder; toonschaal
Spektrum gamma; scala; spectrum

Wiktionary Translations for gamma:


Cross Translation:
FromToVia
gamma Gamma gamma — the name of the third letter of the Greek alphabet
gamma Skala gamut — complete range