Summary


Dutch

Detailed Translations for chagrijn from Dutch to German

chagrijn:

chagrijn [het ~] nomen

  1. het chagrijn (ergernis)
    der Ärger; Ärgernis; die Unannehmlichkeit; die Verdrießlichkeit; der Gram; die Scherereien; die Schererei
  2. het chagrijn (zuurpruim)
    der Sauertopf
  3. het chagrijn (spelbreker)
    Dusselchen

Translation Matrix for chagrijn:

NounRelated TranslationsOther Translations
Dusselchen chagrijn; spelbreker dromertje; druiloortje; druiloortjes; sufferdjes
Gram chagrijn; ergernis droefenis; droefheid; gramschap; leed; moeilijkheid; narigheid; penarie; probleem; smart; treurigheid; treurnis; verdriet
Sauertopf chagrijn; zuurpruim
Schererei chagrijn; ergernis geklieder; gelazer; kliederen; knik; moeilijkheid; narigheden; narigheid; ongemakken; ongerieven; penarie; probleem; problemen; strubbeling; trammelant
Scherereien chagrijn; ergernis gelazer; geval; heisa; moeilijkheid; narigheden; narigheid; penarie; probleem; probleemgeval; problemen; toestand; trammelant
Unannehmlichkeit chagrijn; ergernis gelazer; moeilijkheid; narigheid; ongemak; ongerief; penarie; probleem; rottigheid; trammelant
Verdrießlichkeit chagrijn; ergernis droefenis; ergernis; irritatie; korzeligheid; misnoegen; moeilijkheid; narigheid; ongenoegen; ontevredenheid; penarie; probleem; treurnis; verdriet; wrevel
Ärger chagrijn; ergernis aanstoot; ergernis; ergernissen; gegriefdheid; gelazer; hinder; irritatie; knorrigheid; kregelheid; misnoegen; narigheid; ongemak; ongerief; overlast; trammelant; verontwaardiging; verstoordheid; wrevel
Ärgernis chagrijn; ergernis aanstoot; bezwaar; ergernis; gelazer; grief; het klagen; hinder; irritatie; klacht; misnoegen; narigheid; ongemak; ongerief; overlast; trammelant; wrevel

Related Words for "chagrijn":


Wiktionary Translations for chagrijn:


Cross Translation:
FromToVia
chagrijn Verdruss chagrin — distress from failure; vexation or mortification