Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. hem:
  2. Wiktionary:
Swedish to Dutch:   more detail...
  1. hem:
  2. Hem:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for hem from Dutch to Swedish

hem:

hem

  1. hem

Translation Matrix for hem:

OtherRelated TranslationsOther Translations
honom hem

Related Definitions for "hem":

  1. derde persoon enkelvoud, mannelijk, object1
    • ik zie hem binnenkort weer1

Wiktionary Translations for hem:


Cross Translation:
FromToVia
hem honom; henne; den; det le — Pronom masculin singulier accusatif de la troisième personne

Related Translations for hem



Swedish

Detailed Translations for hem from Swedish to Dutch

hem:

hem [-ett] nomen

  1. hem (boplats)
    het huis; het verblijf; de residentie; de woning; het woonhuis; het thuis
  2. hem (bostad; boning; residens)
    het verblijf; het optrekje; de stulp
    het huis
    – gebouw dat bedoeld is om in te wonen 1
    • huis [het ~] nomen
      • wij wonen in een oud huis1

Translation Matrix for hem:

NounRelated TranslationsOther Translations
huis boning; boplats; bostad; hem; residens boning; bostad; byggnad; hus
optrekje boning; bostad; hem; residens pied-a-terre
residentie boplats; hem residensstad
stulp boning; bostad; hem; residens
thuis boplats; hem hem / hemma; hemland
verblijf boning; boplats; bostad; hem; residens
woning boplats; hem
woonhuis boplats; hem
AdverbRelated TranslationsOther Translations
thuis hemma

Synonyms for "hem":


Wiktionary Translations for hem:


Cross Translation:
FromToVia
hem heem; huis home — house or structure in which someone lives
hem naar huis home — homewards
hem woning; kwartier; logies; onderkomen Wohnung — ein Raum oder mehrere Räume, die innerhalb eines Hauses einen abgeschlossenen Bereich bilden und für einen ein- oder mehrköpfigen Haushalt zum Wohnen dienen

Hem:

Hem

  1. Hem
  2. Hem

Translation Matrix for Hem:

Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
Home Hem
Thuis Hem

Related Translations for hem