Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. realiteit:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for realiteit from Dutch to French

realiteit:

realiteit [de ~ (v)] nomen

  1. de realiteit (werkelijkheid)
    la réalité; le réel; la certitude

Translation Matrix for realiteit:

NounRelated TranslationsOther Translations
certitude realiteit; werkelijkheid beslistheid; gewisheid; standvastigheid; stelligheid; vastberadenheid; vastheid; vastigheid; wezenlijkheid; zekerheid; zelfvertrouwen; zelfverzekerdheid
réalité realiteit; werkelijkheid bestaan; existentie; leven; wezenlijkheid; zijn
réel realiteit; werkelijkheid real
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
réel absoluut; beslist; daadwerkelijk; echte; eerlijk; feitelijk; fideel; in feite; in werkelijkheid; openhartig; oprecht; reëel; rondborstig; ronduit; stellig; trouwhartig; werkelijk; werkelijke; zeker

Related Words for "realiteit":

  • realiteiten

Wiktionary Translations for realiteit:

realiteit
noun
  1. werkelijkheid
realiteit